ECLI:NL:RBROT:2025:7669, Rechtbank Rotterdam, 14-04-2025, 11585723 VV EXPL 25-139 — RBROT:2025:7669
Samenvatting
Kort geding. Vordering nakoming overeenkomst tot uitverhuizing afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat huurster in een eventuele bodemprocedure gelijk zal krijgen. Voor zover in een bodemprocedure al komt vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot uitverhuizing tot stand is gekomen, bestaat er een gerede kans dat geoordeeld zal worden dat het onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om verhuurder aan die overeenkomst te houden. Daartegenover is onvoldoende vast komen te staan dat het belang van huurster bij toewijzing van haar eis zo spoedeisend is dat haar eis moet worden toegewezen ook al is de kans klein dat zij in een bodemprocedure gelijk zal krijgen. Huurster heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van een onveilige situatie die elk moment kan escaleren. Daarbij is de gestelde spoedeisendheid niet terug te zien in de opstelling en het handelen van huurster voorafgaand en tijdens deze procedure.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:2592, Rechtbank Rotterdam, 13-03-2026, 12062053 VZ VERZ 26-178
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:2916, Rechtbank Rotterdam, 06-03-2026, 11996867 CV EXPL 25-26056
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:2326, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026, 12081583 VV EXPL 26-57
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:2349, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026, ROT 26/1263
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 april 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11585723 VV EXPL 25-139
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7669