Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2025:7669Civiel Recht; Verbintenissenrecht

ECLI:NL:RBROT:2025:7669, Rechtbank Rotterdam, 14-04-2025, 11585723 VV EXPL 25-139 — RBROT:2025:7669

Samenvatting

Kort geding. Vordering nakoming overeenkomst tot uitverhuizing afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat huurster in een eventuele bodemprocedure gelijk zal krijgen. Voor zover in een bodemprocedure al komt vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot uitverhuizing tot stand is gekomen, bestaat er een gerede kans dat geoordeeld zal worden dat het onder de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om verhuurder aan die overeenkomst te houden. Daartegenover is onvoldoende vast komen te staan dat het belang van huurster bij toewijzing van haar eis zo spoedeisend is dat haar eis moet worden toegewezen ook al is de kans klein dat zij in een bodemprocedure gelijk zal krijgen. Huurster heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat sprake is van een onveilige situatie die elk moment kan escaleren. Daarbij is de gestelde spoedeisendheid niet terug te zien in de opstelling en het handelen van huurster voorafgaand en tijdens deze procedure.

Betrokken advocaten

mr. M.E. Verheijen

eiser

Borsboom & Hamm, ROTTERDAM

mr. M.W. Fakiri

eiser

Fakiri & van Beuningen advocaten, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 april 2025

Zaaknummer

11585723 VV EXPL 25-139

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2025:7669

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBROT:2026:2390
Rechtbank Rotterdam·13 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBROT:2026:2917
Rechtbank Rotterdam·13 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBROT:2026:2493
Rechtbank Rotterdam·13 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht