ECLI:NL:RBROT:2026:1144, Rechtbank Rotterdam, 11-02-2026, ROT 24/11450 — RBROT:2026:1144
Samenvatting
Tussen partijen is niet in geschil dat twee schriftelijke waarschuwingen niet in het bezwaardossier zaten op het moment van de hoorzitting in bezwaar, maar dat deze zijn meegestuurd met het bestreden besluit. De waarschuwingen zijn aan te merken als op de zaak betrekkende stukken, temeer nu de waarschuwingen in dit geval een voorwaarde waren om de boete te kunnen opleggen. Dat het gaat om mondelinge waarschuwingen die schriftelijk zijn bevestigd laat onverlet dat het hier gaat om op de zaak betrekking hebbende stukken, die ten onrechte niet in het bezwaardossier zaten (artikel 7:4, tweede lid, Awb). De rechtbank ziet aanleiding om dit gebrek te passeren. Dat eiseres door dit gebrek is benadeeld, is niet aannemelijk. De rechtbank betrekt daarbij dat de gemachtigde van eiseres in de beroepsfase heeft nagelaten om de waarschuwingen inhoudelijk te bestrijden. De overige beroepsgronden slagen niet. Beroep ongegrond, wel vergoeding griffierecht en proceskosten in verband met toepassing artikel 6:22 Awb.
Betrokken advocaten
mr. D.J. van der Bij
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:22419, Rechtbank Den Haag, 24-12-2024, C/09/ 666443 HA ZA 24-437
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2022:7578, Rechtbank Gelderland, 07-12-2022, C/05/388303 / HZ ZA 21-187
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2022:6962, Rechtbank Noord-Holland, 10-08-2022, C/15/328079 / HA ZA 22-307
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2022:2277, Rechtbank Gelderland, 04-05-2022, C/05/395177 / HZ ZA 21-357
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 februari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
ROT 24/11450
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1144