ECLI:NL:RBROT:2026:1540, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2026, 10-208463-25 — RBROT:2026:1540
Samenvatting
Uitlevering aan Turkije ter strafvervolging toelaatbaar. Voorbehouden aan de Minister is de beoordeling van de naleving specialiteitsbeginsel bij vervolgingsuitlevering (art. 14 EUV), mede in het licht van art. 11 UW, en van de dreigende inbreuk op fundamentele rechten als bedoeld in art. 3 EVRM De rechtbank brengt in haar advies aan de Minister in overweging om de garantie met betrekking tot het specialiteitsbeginsel nader te bezien en zonodig onderzoek te doen naar de waarborging daarvan, mede in het licht van het verbod op uitlevering met betrekking tot politieke delicten (artikel 3 EUV), gelet op overgelegde stukken. Voorts geeft de rechtbank aan de Minister in overweging om, alvorens het verzoek tot uitlevering in te willigen, van de Turkse autoriteiten garanties te verlangen met betrekking tot de naleving van artikel 6 EVRM en de nodige waarborgen in het kader van artikel 3 EVRM te bevorderen. Ten slotte vraagt de rechtbank aandacht van de Minister voor de lopende asielprocedure in Nederland van de opgeëiste persoon.
Betrokken advocaten
mr. L. Visser
openbaar ministerie
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:636, Raad van State, 04-02-2026, 202402009/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:332, Raad van State, 21-01-2026, 202407569/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24512, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.59846
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24511, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.60191
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 januari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10-208463-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1540