ECLI:NL:RBROT:2026:1605, Rechtbank Rotterdam, 09-02-2026, 25/013934 — RBROT:2026:1605
Samenvatting
Bezwaarschrift ex 552a Sv (EOM)ongegrond. Beslag op diverse rekeningen en onroerende goederen van klaagster in Duitsland en Italië. Redelijk vermoeden van schuld van misdrijven waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend aan klaagster een geldboete dan wel verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. Proportionaliteitsverweer: beslag staat in verhouding tot een evt op te leggen geldboete of ontnemingsmaatregel. Dat klaagster bij voortduring van het beslag niet in staat is om in meerdere landen de kosten van de door haar gewenste raadslieden te betalen acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd en levert op basis van de thans beschikbare informatie geen schending van artikel 6 EVRM op.
Betrokken advocaten
mr. P.P.A.M. Notenboom
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:13643, Rechtbank Rotterdam, 13-11-2025, 25-009774
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13650, Rechtbank Rotterdam, 13-11-2025, 25-004346
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:13648, Rechtbank Rotterdam, 13-11-2025, 25-004333 en 25-004336 en 25-004341
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9846, Rechtbank Rotterdam, 27-06-2025, 25-008995 en 85-158698-24 en EPPO-l.000815-2023
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25/013934
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1605