ECLI:NL:RBROT:2026:1628, Rechtbank Rotterdam, 20-02-2026, ROT 24/10493 — RBROT:2026:1628
Samenvatting
Wet dieren. Bestuurlijke boete. Voetzoollaesies bij kuikens. Het rapport van bevindingen biedt onvoldoende basis voor de conclusie dat eiseres geen passende maatregelen heeft genomen met betrekking tot het verbeteren van het dierenwelzijn. Voor wat betreft de indeling in klassen (0, 1 en 2) sluit de minister aan bij artikel 7b.5, tweede lid, Regeling houders van dieren. Bij klasse 2 is sprake van een laesie met een aantasting van de opperhuid en een onderhuidse ontsteking. Ter zitting is namens de minister een toelichting gegeven op deze indeling aan de hand van meegebrachte poten van kuikens die de dag voor de zitting waren geslacht. De ter zitting aanwezige toezichthoudend dierenarts heeft de gevolgde werkwijze in het slachthuis toegelicht. In dit geval is in het rapport van bevindingen, dat ondersteund wordt door foto’s, vermeld dat omstreeks 10:00 uur tweemaal vijftig dieren zijn gecontroleerd en dat bij 59 gecontroleerde dieren sprake was van ernstige voetzoollaesies, klasse 2. Na deze vaststelling volgt een algemene toelichting over de achtergrond, de oorzaken en de gevolgen van voetzoollaesies. In het rapport staat geen concrete omschrijving van de wijze waarop is geconstateerd dat bij de 59 dieren sprake was van voetzoollaesies klasse 2, zoals visuele waarneming, het bevoelen van de voetzolen of het insnijden van de voetzolen. De waarnemingen zijn ook niet op een andere manier nader toegelicht of onderbouwd. Ook over de gevolgde werkwijze is het rapport summier. Zo is bijvoorbeeld niet in het rapport vermeld dat één poot per dier is gecontroleerd. De rechtbank is verder van oordeel dat, nu slechts één tijdstip is vermeld, er niet van kan worden uitgegaan dat tussen de twee tellingen een substantiële pauze heeft gezeten. Het enkele feit dat het rapport vermeldt dat tweemaal vijftig dieren zijn gecontroleerd, acht de rechtbank daartoe niet voldoende. De overgelegde vier foto’s nemen de twijfel op dit punt niet weg. Weliswaar zijn de foto’s van de eerste telling genomen omstreeks 9:57 uur en de foto’s van de tweede telling omstreeks 10:12 uur, maar dat sluit niet uit dat kort (of direct) na elkaar tweemaal vijftig dieren van de lijn zijn gehaald. In dit geval kan er daarom niet van worden uitgegaan dat de controle een representatief beeld geeft van de dierenwelzijnsomstandigheden in de stal. Dat betekent dat het rapport van bevindingen onvoldoende basis biedt voor de conclusie dat eiseres geen passende maatregelen heeft genomen met betrekking tot het verbeteren van het dierenwelzijn. Het bewijs van de overtreding is dus niet geleverd. Dat betekent dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen.
Betrokken advocaten
mr. F. Peters van Neijenhof
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Raad van State staat huisvesting 144 arbeidsmigranten in America toe
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2026:134, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 31-03-2026, 24/548 en 24/898
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:HR:2026:451, Hoge Raad, 20-03-2026, 24/02420
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:2673, Rechtbank Rotterdam, 19-03-2026, ROT 24/11986
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 februari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 24/10493
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1628