ECLI:NL:RBROT:2026:1641, Rechtbank Rotterdam, 25-02-2026, C/10/680330 HA ZA 24-497 — RBROT:2026:1641
Samenvatting
Partijen zijn gehuwd in Irak en gescheiden naar Nederlands recht. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan een Iraaks/islamitusche echtscheiding. Iraaks en islamitisch recht valt samen. De wet scrhijft voor de man meewerkt (art 1:68 lid 2 BW). Tijdens de procedure is twee maal geschorst om deze echtscheiding via de ambassade danwel in Irak geregeld te krijgen, maar de man heeft niet meegewerkt, omdat hij van mening is dat de vrouw zonder zijn medewerking kan scheiden. Daarbij gaat hij voorbij aan zijn verplichting uit 1:68 lid 2 BW. Daarom wordt hij veroordeeld tot medewerking met de gevorderde dwangsom.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:811, Gerechtshof Amsterdam, 24-03-2026, 200.353.036/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2026:1602, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-03-2026, 200.357.970/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2026:1471, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-03-2026, 200.364.266
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2026:4790, Rechtbank Den Haag, 04-03-2026, C/09/687524 / HA ZA 25-566
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/10/680330 HA ZA 24-497
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1641