ECLI:NL:RBROT:2026:166, Rechtbank Rotterdam, 16-01-2026, 11533629 CV EXPL 25-2714 — RBROT:2026:166
Samenvatting
Eis in conventie voor een deel toegewezen en eis in reconventie afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde op grond van een notariële schuldbekentenis € 12.000,- van eiser heeft geleend. Het verweer dat de akte een schijnhandeling was en dat geen geld is ontvangen, wordt verworpen omdat dit onvoldoende is onderbouwd. Ook het beroep op vernietiging wegens wilsgebreken slaagt niet. Wel is een deel van de vordering verjaard, omdat eiser pas in maart 2024 heeft aangemaand. Daardoor zijn de aflossingen van januari 2015 tot en met februari 2019 verjaard, zodat nog € 7.000,- resteert. De contractuele rente wordt afgewezen wegens onduidelijkheid, maar de wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 1 maart 2019. Incassokosten worden afgewezen omdat niet is gebleken dat een geldige veertiendagenbrief is gestuurd naar gedaagde.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1578, Gerechtshof Amsterdam, 17-06-2025, 200.342.099/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:37, Gerechtshof Amsterdam, 07-01-2025, 200.340.375/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2654, Gerechtshof Amsterdam, 06-08-2024, 200.338.487/01 en 200.338.487/02
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:785, Gerechtshof Amsterdam, 26-03-2024, 200.330.460/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 januari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11533629 CV EXPL 25-2714
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:166