Huurder ontruimd wegens geen hoofdverblijf en schulden — RBROT:2026:1966
huurrecht / ontruiming sociale huurwoning wegens geen hoofdverblijf en huurachterstand
Eiser / verzoeker
Stichting Woonstad Rotterdam
Verweerder / gedaagde
[gedaagde]
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand van €4.509,02 plus proceskosten.
- Huurder heeft geen hoofdverblijf in de gehuurde sociale huurwoning
- Huurachterstand van €4.509,02 in minder dan twee maanden huurovereenkomst
- Rechter wijst ontruiming in kort geding toe wegens grote kans op ontbinding in bodemprocedure
- Woonbelang huurder weegt niet op omdat zij toch geen hoofdverblijf in woning heeft
Samenvatting
Woningcorporatie Woonstad Rotterdam stapte naar de rechter om een huurder uit haar sociale huurwoning te laten zetten. De huurder, die de woning sinds december 2024 huurt voor ruim 655 euro per maand, was niet komen opdagen bij de zitting op 15 januari 2026.
Woonstad had twee belangrijke bezwaren tegen de huurder. Ten eerste zou de huurder haar hoofdverblijf niet in de woning hebben, wat in strijd is met de huurovereenkomst. Ten tweede had de huurder een flinke huurachterstand laten oplopen: ruim 4.500 euro, berekend tot en met januari 2026. Dit terwijl de huurovereenkomst nog geen twee maanden oud was op het moment van dagvaarden.
De kantonrechter beoordeelde de zaak als een kort geding, een spoedprocedure waarbij wordt gekeken of de eisende partij niet kan wachten op een gewone rechtszaak. Woonstad werd door de rechter in het gelijk gesteld. Omdat de huurder niet was verschenen en de stellingen van Woonstad niet had betwist, beschouwde de rechter de feiten als vaststaand.
Bij de afweging of de ontruiming gerechtvaardigd was, speelde het woonbelang van de huurder geen grote rol. Omdat zij haar hoofdverblijf toch al niet in de woning had, woog dat belang niet op tegen het belang van Woonstad. De woningcorporatie heeft als verhuurder van sociale huurwoningen in Rotterdam een verantwoordelijkheid voor de eerlijke verdeling van schaarse betaalbare woningen in een stad waar de vraag groot is.
De rechter veroordeelde de huurder om de woning binnen vijf dagen na betekening van het vonnis te verlaten en alle sleutels in te leveren. Daarnaast moet zij de huurachterstand van 4.509,02 euro betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 november 2025. Ook de maandelijkse huur van 655,85 euro blijft verschuldigd zolang de ontruiming nog niet heeft plaatsgevonden. Tot slot moet de huurder de proceskosten van Woonstad vergoeden, in totaal 1.337,45 euro. Het vonnis is direct uitvoerbaar, wat betekent dat Woonstad niet hoeft te wachten op een eventueel hoger beroep.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:1482, Rechtbank Rotterdam, 06-02-2026, 11675450 CV EXPL 25-10353
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:331, Raad van State, 21-01-2026, 202501634/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:920, Rechtbank Rotterdam, 20-01-2026, 11959136 VV EXPL 25-679
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9983, Rechtbank Rotterdam, 18-08-2025, 11736265 VV EXPL 25-326
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 januari 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11952764 VV EXPL 25-665
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:1966