Juristi.nl
ECLI:NL:RBROT:2026:2252Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht

ECLI:NL:RBROT:2026:2252, Rechtbank Rotterdam, 05-03-2026, ROT 23/6873 — RBROT:2026:2252

Samenvatting

Tabaks- en rookwarenwet. Bestuurlijke boete. Uit de arresten van 15 mei 2025 en 11 december 2025 van het Hof van Justitie EU over de uitleg van het begrip "in de handel brengen" in Richtlijn 2014/40/EU volgt dat de verplichting om regels vast te stellen voor sancties voor alle fasen van de toeleveringsketen geldt. Hoewel eiseres de producten niet rechtstreeks aan consumenten ter beschikking heeft gesteld, heeft zij de producten dus wel in de handel gebracht. De staatssecretaris heeft eiseres daarom terecht als overtreder aangemerkt en was bevoegd de boetes aan haar op te leggen. Verder lijkt volgens het Hof de in het hoofdgeding aan de orde zijnde nationale regeling (in strijd met artikel 23, derde lid, van de richtlijn) niet toe te staan dat deze sancties individueel worden aangepast. De nationale regelgeving biedt naar het oordeel van de rechtbank echter de ruimte om bij het opleggen van bestuurlijke boetes deze sancties individueel aan te passen. Hoewel de Trw en de daarop gebaseerde lagere regelgeving een systeem van gefixeerde boetes kent, kunnen de omstandigheden van het concrete geval worden meegewogen. Zo bepaalt artikel 5:46, derde lid, Awb dat, indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete oplegt indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Daarnaast is individuele aanpassing mogelijk in het kader van bijvoorbeeld de evenredigheid (artikel 3:4, tweede lid, Awb). De staatssecretaris heeft in dit geval de omstandigheden van het concrete geval en de ernst van de overtredingen kenbaar bij de beoordeling in bezwaar heeft betrokken. Van een nationale regeling die in strijd is met artikel 23, derde lid, van de richtlijn is geen sprake.

Betrokken advocaten

mr. D.W. Gerritsen

eiser

mr. J.M. Schoemaker

eiser

mr. J.A. Jacobs

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 maart 2026

Zaaknummer

ROT 23/6873

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBROT:2026:2252

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBROT:2026:2671
Rechtbank Rotterdam·19 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBROT:2026:2673
Rechtbank Rotterdam·19 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBROT:2026:2675
Rechtbank Rotterdam·19 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBROT:2026:2670
Rechtbank Rotterdam·19 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
RBROT:2026:2567
Rechtbank Rotterdam·6 mrt 2026
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht