Rotterdammer veroordeeld voor poging zware mishandeling met cognacfles — RBROT:2026:3082
poging zware mishandeling / medeplegen / tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf (waarvan één maand voorwaardelijk) met bijzondere voorwaarden; vordering tot tenuitvoerlegging rijontzegging afgewezen.
- Verdachte schuldig bevonden aan medeplegen van poging tot zware mishandeling door slachtoffer te schoppen, slaan en met cognacfles op hoofd te slaan
- Gevangenisstraf van vier maanden opgelegd, waarvan één maand voorwaardelijk met proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden inclusief klinische opname bij Fivoor
- Bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard vanwege hoog recidiverisico en mislukte eerdere ambulante trajecten
- Vordering tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke rijontzegging (zes maanden) afgewezen vanwege de aard van die straf
- Reclassering schat risico op gewelddadige recidive hoog in; cocaïneverslaving nauw verweven met delictgedrag
Samenvatting
Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld voor zijn aandeel in een geweldsincident op 21 december 2025 in Rotterdam. Samen met anderen sloeg en schopte hij een slachtoffer meerdere keren, waarbij hij de man ook met een cognacfles op het hoofd sloeg en hem daarmee verwondde. De rechtbank kwalificeerde dit als medeplegen van poging tot zware mishandeling.
De verdachte bekende het feit tijdens de zitting en de verdediging schaarde zich achter de eis van de officier van justitie. Discussie over schuld of bewijsvoering bleef daarmee uit. De rechtbank oordeelde dat er voldoende bewijs was op basis van de bekentenis van de verdachte en de aangifte van het slachtoffer.
Uit het reclasseringsrapport komt een zorgelijk beeld naar voren. De verdachte kampt al jarenlang met een ernstige cocaïneverslaving die nauw samenhangt met zijn delictgedrag. Hij heeft geen vaste woning, geen dagbesteding en geen inkomen. Voor zijn huidige detentie leidde hij een zwervend bestaan in de regio Rotterdam en sliep hij bij kennissen. Vrijwel alle eerder ingezette ambulante trajecten zijn voortijdig mislukt. De reclassering schat het risico op gewelddadige recidive als hoog in en adviseert een klinische behandeling in een gestructureerde omgeving, gevolgd door begeleid wonen en ambulante begeleiding.
De rechtbank volgde de eis van de officier van justitie volledig. Zij benadrukte dat een snelle behandeling van de verdachte zowel in zijn eigen belang als in het belang van de maatschappij is. Het onvoorwaardelijke deel van de straf is bewust gelijkgesteld aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, zodat hij direct kan beginnen aan het behandeltraject.
Een bijzonder punt betrof een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder door het gerechtshof Den Haag voorwaardelijk opgelegde rijontzegging van zes maanden. Omdat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegde, leek tenuitvoerlegging voor de hand te liggen. Toch wees de rechtbank deze vordering af, vanwege de aard van de voorwaardelijk opgelegde straf: een rijontzegging staat te ver af van de huidige situatie van de verdachte om alsnog ten uitvoer te leggen.
De rechtbank veroordeelde de man uiteindelijk tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Aan het voorwaardelijke deel worden strenge bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht bij de reclassering en een klinische opname van maximaal een jaar bij Fivoor of een vergelijkbare instelling, gericht op behandeling van zijn middelengebruik, agressie en impulsregulatie. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard, zodat ze ook gelden als de verdachte in hoger beroep gaat.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:108, Rechtbank Amsterdam, 13-01-2026, 13/402139-24 (Promis)
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5167, Rechtbank Noord-Nederland, 16-12-2025, 18/112589-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:11532, Rechtbank Gelderland, 08-12-2025, 155702
Rechtbank Gelderland · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5342, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-09-2025, 21-001658-22
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10/353167-25 en (TUL): 22/001874-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3082