Rechter geeft Rotterdammer adempauze om ontruiming Woonbron te stoppen — RBROT:2026:3524
huurrecht / schuldsanering / voorlopige voorziening executieverbod (moratorium)
Eiser / verzoeker
Rotterdamse huurder (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
Stichting Woonbron
Rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis voor drie maanden (tot 23 mei 2026), maar verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn WSNP-verzoek.
- Sprake van een bedreigende situatie nu een ontruimingsvonnis van 12 december 2024 ten uitvoer zou worden gelegd op 24 februari 2026
- Rechtbank kent verlenging moratorium toe voor drie maanden omdat lopende huurbetalingen voldoende aannemelijk zijn en beschermingsbewind tijdige betaling waarborgt
- Voorziening geldt uitsluitend zolang de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan
- WSNP-verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond; nieuw verzoek blijft mogelijk
- Wettelijk maximum van zes maanden moratorium bereikt na twee keer drie maanden
Samenvatting
Een Rotterdammer dreigde zijn huurwoning kwijt te raken nadat woningcorporatie Woonbron een ontruimingsvonnis had verkregen. Op 24 februari 2026 zou de woning worden ontruimd. In een poging dit te voorkomen, diende de man via schuldhulpverlener Geldplein een verzoek in bij de rechtbank Rotterdam voor een tijdelijk executieverbod — een zogeheten moratorium op grond van de Faillissementswet.
De man ontvangt een WW-uitkering van circa € 2.500 per maand, ruim voldoende om de maandelijkse huur van € 780,53 te betalen. Ter zitting erkende hij dat hij de huur niet altijd op tijd had betaald, maar toonde hij betalingsbewijzen voor februari en maart 2026. Bovendien was per 20 februari 2026 zijn beschermingsbewind overgedragen aan een nieuwe bewindvoerder, die zorg zou dragen voor tijdige toekomstige betalingen.
Woonbron verscheen ondanks een behoorlijke oproep niet op de zitting en diende ook geen schriftelijk verweer in. De rechtbank woog de belangen van beide partijen tegen elkaar af. Enerzijds het belang van de man om in zijn woning te blijven wonen en een minnelijk schuldhulpverleningstraject te kunnen doorlopen, anderzijds het belang van Woonbron om het ontruimingsvonnis ten uitvoer te leggen.
De rechtbank oordeelde dat voldoende aannemelijk is geworden dat de lopende huurbetalingen voortaan tijdig zullen worden voldaan, mede dankzij de nieuwe beschermingsbewindvoerder. Het belang van de huurder woog daarmee zwaarder dan dat van Woonbron. Een eerste moratorium van drie maanden was al op 23 februari 2026 toegewezen. Omdat de wet een maximum van zes maanden stelt, kende de rechtbank nu een verlenging toe van nogmaals drie maanden — gerekend vanaf 23 februari 2026.
De voorziening geldt echter alleen zolang de lopende huurtermijnen tijdig worden betaald. Schuldhulpverlener Geldplein moet uiterlijk twee weken voor het verstrijken van de termijn rapporteren over de voortgang van het buitengerechtelijke schuldhulptraject. Het verzoek om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het minnelijke traject naar verwachting nog niet op korte termijn zal zijn afgerond. De man kan dit verzoek te zijner tijd opnieuw indienen.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:2253, Rechtbank Rotterdam, 07-03-2025, 11283021 CV EXPL 24-21487
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:9927, Rechtbank Rotterdam, 11-10-2024, 10868637 CV EXPL 24-732
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7347, Rechtbank Rotterdam, 08-08-2024, 11163843 VZ VERZ 24-5833
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2022:5514, Rechtbank Rotterdam, 06-07-2022, C/10/634004 / HA ZA 22-156
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; InsolventierechtZaaknummer
NL:TZ:2604486:R-RK en NL:TZ:2604487:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3524