Rechter weigert ontruimingsstop na herhaald falen schuldhulp — RBROT:2026:3526
schuldsanering / moratorium / dreigende ontruiming
Eiser / verzoeker
Verzoeker (bewoner op geheim adres)
Verweerder / gedaagde
Stichting Lek en Waard
De rechtbank wees het verzoek om een ontruimingsverbod af en verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
- Bedreigende situatie (ontruimingsexploot) vastgesteld, maar dit is onvoldoende voor toewijzing moratorium
- Eerder schuldhulpverleningstraject beëindigd wegens herhaald gebrek aan medewerking van verzoeker
- Gemeente heeft schuldhulp opnieuw beëindigd en er is nog geen intakedatum bij beschermingsbewindvoerder
- Belang verhuurder weegt zwaarder dan belang verzoeker bij adempauze
- Verzoeker niet-ontvankelijk in WSNP-verzoek omdat minnelijk traject niet (bijna) is doorlopen
Samenvatting
Een man die met ontruiming uit zijn huurwoning werd bedreigd, vroeg de rechtbank Rotterdam om een tijdelijk verbod op die ontruiming. Hij hoopte zo de tijd te krijgen om een schuldhulpverleningstraject te doorlopen. De rechtbank wees zijn verzoek af.
De man huurt een woning van Stichting Lek en Waard in Nieuw-Lekkerland. In augustus 2025 werd al een gerechtelijk proces-verbaal opgemaakt, waarin stond dat de verhuurder tot ontruiming mocht overgaan als de man zich niet aan bepaalde afspraken hield. In februari 2026 kondigde de verhuurder via een deurwaarder aan daadwerkelijk tot ontruiming over te gaan. De man wendde zich tot de rechter met een verzoek om een zogeheten moratorium: een adempauze van zes maanden waarin de verhuurder de ontruiming niet mag uitvoeren.
Ter onderbouwing van zijn verzoek wees zijn advocaat erop dat de huurachterstand inmiddels ingelopen leek: de man betaalt de huur maandelijks, zij het steeds een week na de eerste van de maand, omdat zijn Ziektewet-uitkering van ruim €1.440 per maand pas later wordt uitbetaald. De verhuurder had dit betalingspatroon ook niet als bezwaar aangekaart in haar verweerschrift. Verder zou de man bezig zijn met het aanvragen van beschermingsbewind en zou schuldhulpverlening opnieuw worden opgestart.
De verhuurder verzette zich echter tegen het verzoek. Zij wees erop dat een eerder schuldhulpverleningstraject volledig was misgelopen door gebrek aan medewerking van de man zelf: hij verscheen niet op afspraken, leverde geen stukken aan en hield zich niet aan gemaakte afspraken. Een nieuwe aanmelding voor schuldhulp in februari 2026 kon bovendien niet in behandeling worden genomen, omdat er al een lopend dossier was.
De rechtbank stelde vast dat er inderdaad sprake was van een bedreigende situatie — een vereiste om überhaupt een moratorium te kunnen toewijzen. Maar daarmee was de zaak nog niet beslist. De rechter moet ook de belangen van beide partijen afwegen.
Die afweging viel uit in het nadeel van de man. Tijdens de zitting had zijn advocaat nog verklaard dat schuldhulpverlening opnieuw zou worden opgestart, maar in een e-mail van 25 maart 2026 — een dag voor de uitspraak — bleek dat de gemeente het traject toch had beëindigd. Bovendien was er nog altijd geen datum bekend voor een intakegesprek bij de beschermingsbewindvoerder. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was geworden dat de man de gevraagde periode daadwerkelijk zou benutten voor een schuldhulptraject, mede gelet op zijn eerdere gebrek aan medewerking.
De rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en verklaarde de man ook niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP), omdat het minnelijk traject — een verplichte stap vooraf — nog lang niet is afgerond. De man kan te zijner tijd opnieuw een verzoek indienen als zijn situatie veranderd is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter schorst ontruiming Havensteder-huurster voor zes maanden
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:2253, Rechtbank Rotterdam, 07-03-2025, 11283021 CV EXPL 24-21487
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:9927, Rechtbank Rotterdam, 11-10-2024, 10868637 CV EXPL 24-732
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7347, Rechtbank Rotterdam, 08-08-2024, 11163843 VZ VERZ 24-5833
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; InsolventierechtZaaknummer
NL:TZ:2604602:R-RK en NL:TZ:2604604:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3526