Rotterdammer veroordeeld voor gewelddadige woningoverval met tyrap — RBROT:2026:3621
woningoverval / diefstal met geweld / wederrechtelijke vrijheidsberoving
Eiser / verzoeker
Officier van justitie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1992)
Verdachte veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor gewelddadige woningoverval en wederrechtelijke vrijheidsberoving.
- Verdachte veroordeeld voor gewelddadige woningoverval (feit 1) en wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 2 impliciet subsidiair) in eendaadse samenloop.
- Vrijspraak voor gijzeling (art. 282a Sr): geen derde persoon gedwongen iets te doen of na te laten.
- Rechtbank acht diefstal van sieraden, schoenen, jas en €3.000 niet bewezen op basis van camerabeelden van het Lidl-tasje.
- Verdachte erkende betrokkenheid: hij zou een schuld hebben afgelost door de 'klus' te doen en bevestigde dat het slachtoffer werd geduwd en vastgebonden.
- Gevangenisstraf van 42 maanden opgelegd conform de eis van de officier van justitie.
Samenvatting
Een man uit Rotterdam stond terecht voor een gewelddadige woningoverval die hij samen met anderen pleegde op 31 januari 2025 in een woning aan de Stoomtramweg in Rotterdam. Vermomd als schilders in witte verfpakken en met gezichtsbedekkende kleding drongen de verdachten de woning binnen op het moment dat het slachtoffer naar binnen stapte.
Het slachtoffer werd direct neergegooid in de hal en met tiewraps aan de polsen vastgebonden. De buurman trof hem later trillend aan, met een rood voorhoofd en bloed aan zijn mondhoeken. Uit medisch onderzoek bleek dat het slachtoffer een hersenschudding had opgelopen. De daders vluchtten met een Lidl-tasje en stapten buiten in een auto.
De verdachte verklaarde zelf dat hij door iemand was gevraagd om 'de klus' te doen om daarmee een schuld af te lossen. Hij had van tevoren het adres ontvangen en gehoord dat hij iets van het slachtoffer moest afpakken — naar zijn zeggen een tas met heroïne. Hij bevestigde dat hij het slachtoffer samen met zijn medeverdachte had geduwd en vastgebonden.
De rechtbank stelde vast dat niet alle onderdelen van de tenlastelegging bewezen konden worden. Zo oordeelde zij dat de verdachten niet bewezen hadden de sieraden, schoenen, jas en het geldbedrag van drieduizend euro hadden meegenomen: op camerabeelden was te zien dat het Lidl-tasje slechts gedeeltelijk gevuld was en een beperkte inhoud had. Ook over een bedrag van vijfhonderd euro had het slachtoffer wisselend verklaard. Wat betreft de gijzeling — een zwaarder delict dan vrijheidsberoving — oordeelde de rechtbank dat dit niet bewezen was, omdat de verdachten uitsluitend het slachtoffer zelf tot iets probeerden te dwingen, en niet een derde persoon.
Uiteindelijk achtte de rechtbank wel bewezen dat de verdachte samen met anderen een gewelddadige woningoverval had gepleegd waarbij enig goed was weggenomen, en dat hij het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid had beroofd. Deze feiten werden gekwalificeerd als eendaadse samenloop van diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De rechtbank veroordeelde de man tot een gevangenisstraf van 42 maanden, in lijn met de eis van de officier van justitie, met aftrek van het voorarrest.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2026:896, Rechtbank Rotterdam, 26-01-2026, 10-310598-23
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:15487, Rechtbank Rotterdam, 23-12-2025, 10-109576-25
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8459, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-12-2025, 21-001288-25
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:15073, Rechtbank Rotterdam, 30-10-2025, 10/011610-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
10.043386.25 en 09-314313-22 (TUL)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3621