Provincie Zuid-Holland wint ontruimingszaak gekraakte opslaglocatie N209 — RBROT:2026:3997
ontruiming gekraakt terrein / kort geding
Eiser / verzoeker
Provincie Zuid-Holland
Verweerder / gedaagde
Gedaagden (krakers), niet verschenen
Gedaagden (krakers) worden veroordeeld tot ontruiming van het kadastrale perceel binnen drie dagen na betekening van het vonnis, met hoofdelijke veroordeling in de proceskosten van €1.835,94; de gevorderde dwangsom en machtigingen voor sterke arm worden afgewezen.
- Ontruiming van het gehele kadastrale perceel toegewezen met een wettelijke minimumtermijn van drie dagen, niet onmiddellijk zoals gevorderd.
- Gevorderde dwangsom afgewezen: gedwongen ontruiming via deurwaarder is al mogelijk zonder extra prikkel.
- Machtiging sterke arm en kostenveroordeling voor gedwongen ontruiming afgewezen, omdat de wet dit al regelt zonder rechterlijke machtiging.
- Woonrecht krakers weegt niet op tegen belang Provincie: terrein niet geschikt voor bewoning en wordt direct na ontruiming hergebruikt door aannemer.
- Gedaagden hoofdelijk veroordeeld in proceskosten van €1.835,94, te vermeerderen met wettelijke rente bij te late betaling.
Samenvatting
Provincie Zuid-Holland sleepte een groep krakers voor de rechter na een ongewenste bezetting van een voormalige zoutopslaglocatie langs de N209 (Zestienhovenweg) in de gemeente nabij Schiebroekseweg. De krakers hadden het slot van het toegangshek vervangen, waardoor een aannemer die bouwwerkzaamheden uitvoert aan de N209 het terrein niet meer kon betreden om bouwmateriaal en -materieel op te slaan.
De Provincie had het terrein namelijk in gebruik gegeven aan de aannemer voor de duur van de wegwerkzaamheden. Doordat de krakers de toegang blokkeerden, liepen de werkzaamheden aan de provinciale weg vertraging op, met mogelijk grote financiële gevolgen voor de Provincie als opdrachtgever. De krakers waren niet verschenen bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Provincie voldoende aannemelijk had gemaakt dat ontruiming noodzakelijk is. Daarbij woog de rechter mee dat het terrein na vertrek van de krakers niet leeg zou staan, maar direct weer in gebruik zou worden genomen door de aannemer. Ook stelde de rechter vast dat de opstallen op het terrein niet geschikt zijn voor bewoning: er ontbreekt onder meer een keuken en badkamer. Het woonrecht van de krakers woog daardoor onvoldoende zwaar om de belangen van de Provincie opzij te zetten.
Niet alle vorderingen van de Provincie werden toegewezen. Zo wees de rechter de gevorderde dwangsom af: als de krakers niet vrijwillig vertrekken, kan de Provincie een deurwaarder inschakelen voor gedwongen ontruiming, en is een extra prikkel in de vorm van een dwangsom niet nodig. Ook de gevraagde expliciete machtiging om de sterke arm van politie en justitie in te schakelen, en de vordering om kosten van gedwongen ontruiming alvast bij de krakers in rekening te brengen, werden afgewezen. De wet regelt dit al zonder dat de rechter daar apart toestemming voor hoeft te verlenen.
De ontruimingstermijn werd bovendien bijgesteld: de Provincie wilde dat de krakers het terrein onmiddellijk na het wijzen van het vonnis zouden verlaten, maar de wet schrijft een minimale beveltermijn van drie dagen voor. Omdat de Provincie niet had onderbouwd waarom een kortere termijn gerechtvaardigd zou zijn, hield de rechter vast aan die wettelijke minimumtermijn.
De krakers werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de Provincie, die uitkwamen op ruim €1.835. Het vonnis geldt ook voor iedereen die zich tijdens de tenuitvoerlegging op het terrein bevindt of er betreedt, zodat de ontruiming ook kan worden afgedwongen als de bezetting van samenstelling wisselt.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:21112, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, C/09/692375 / FT RK 25/753
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:16237, Rechtbank Den Haag, 29-07-2025, SGR 23/8504
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1492, Rechtbank Amsterdam, 12-03-2025, C/13/733297 / HA ZA 23-426
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1493, Rechtbank Amsterdam, 12-03-2025, C/13/733302 / HA ZA 23-429
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/716751
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:3997