ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8661, Rechtbank 's-Gravenhage, 05-12-2005, AWB 01/65074, e.v. — RBSGR:2005:AU8661
Samenvatting
Bewaring / EU-onderdaan / Oulane-arrest / schadevergoeding. Eiser, een Fransman, is na twee strafrechtelijke staandehoudingen in vreemdelingenbewaring gesteld, te weten van 3 tot en met 10 december 2001 en vervolgens van 27 juli 2002 tot en met 2 augustus 2002. De eerste inbewaringstelling is opgeheven omdat door eiser op 7 december 2001 een Carte d’ Identité was overgelegd. Verweerder heeft de echtheid hiervan op 7 december 2001 vastgesteld en merkte eiser vanaf die datum ook aan als dienstontvanger in de zin van het EG-verdrag. De tweede inbewaringstelling is geëindigd met de uitzetting van eiser naar Frankrijk. Omdat de reikwijdte van het gemeenschaprecht voor de onderhavige zaken voor de rechtbank niet onmiddellijk duidelijk was heeft de rechtbank vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg, die zijn beantwoord in een arrest van 17 januari 2005. Omdat de bewaringen ten tijde van de behandeling van de respectieve beroepen waren opgeheven, gaat het om de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding. De rechtbank beantwoordt deze vraag voor de eerste bewaring als volgt. Gelet op verweerders standpunt dat eiser vanaf 7 december 2001 rechtmatig verblijf had als gemeenschapsonderdaan was in ieder geval de bewaring van 7 tot en met 10 december 2001 onrechtmatig. Gelet op het antwoord van het Hof komt de rechtbank vervolgens tot het oordeel dat de bewaring van 3 tot 7 december 2001 niet onrechtmatig is geweest nu eiser zijn identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig heeft aangetoond. Inzake de tweede bewaring overweegt de rechtbank dat niet in geschil is dat eiser onderdaan van een lidstaat is en daarmee burger van de Unie. Van een actuele bedreiging van de openbare orde is niet gebleken. De rechtbank komt op basis van Afdelingsjurisprudentie over artikel 8.13 Vb 2000 tot het oordeel dat aan eiser in ieder geval een vertrektermijn van vier weken had moeten worden gegund en dat eiser niet in bewaring kon worden gesteld. Beroep gegrond en toekenning schadevergoeding.
Betrokken advocaten
mr. M.N.R. Nasrullah
eiser
mr. P.C. Mostert
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2023:10924, Rechtbank Rotterdam, 22-11-2023, C/10/656012 / HA ZA 23-354
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2023:788, Gerechtshof Den Haag, 17-03-2023, 200.295.008-02
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:2155, Rechtbank Rotterdam, 15-03-2023, 639005
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:1248, Gerechtshof Den Haag, 12-07-2022, 200.287.502/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
5 december 2005
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 01/65074, e.v.
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2005:AU8661