ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3344, Rechtbank 's-Gravenhage, 15-02-2006, AWB 05/25823 — RBSGR:2006:AV3344
Samenvatting
Arbeid als zelfstandige / acupuncturist / wezenlijk Nederlands belang / advisering / EZ / VWS. Uit de tekst van artikel 3.30, eerste lid, sub a, Vb 2000 volgt dat het aan verweerder is om een beoordeling te maken van, en tot een oordeel te komen over, de vraag of er met bepaalde arbeid als zelfstandige een wezenlijk Nederlands belang is gediend. Uit het beleid, opgenomen in hoofdstuk B5/8.1 Vc 2000, leidt de rechtbank af dat verweerder zich bij de beoordeling van de bovengenoemde vraag kan laten adviseren. Niet is uitputtend geregeld in het beleid welke adviseurs verweerder hierbij van advies kunnen dienen. Eisers hebben gemotiveerd gesteld dat er een wezenlijk Nederlands belang aanwezig is. Verweerder heeft ten onrechte nagelaten om - nadat EZ had doorverwezen naar VWS en VWS had meegedeeld niet te kunnen adviseren - verdere pogingen te ondernemen om andere adviseurs in te schakelen. Verweerders redenering die er – kort gezegd – op neer komt dat wanneer een adviseur geen (wezenlijk Nederlands) belang kan vaststellen er dan ook niet een dergelijk belang aanwezig is, kan niet worden gevolgd. Nog daargelaten dat deze redenering niet concludent te noemen is, omdat uit de omstandigheid dat een adviseur aangeeft niet te kunnen adviseren nog niet automatisch volgt dat een wezenlijk Nederland belang ook niet aanwezig is, heeft verweerder met deze redenering voorbij gezien aan het feit dat hij ingevolge artikel 3.30, sub a, Vb 2000 zelf tot een oordeel dient te komen over de vraag of er met arbeid als zelfstandige een wezenlijk Nederlands belang is gediend, en dat hij daarom, in een situatie waarin de vaste adviseurs aangeven niet in staat te zijn te adviseren, dient te bezien of op andere wijze kan worden vastgesteld of met de aanwezigheid van eisers hier te lande een wezenlijk Nederlands belang is gemoeid. Hierbij valt te denken aan derden als een branche-, beroeps- of belangenorganisatie, en ook aan verzekeringsmaatschappijen en organisaties van (huis)artsen. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. M.M.B. Jansen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:7254, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, NL25.22467 en NL24.34043
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2987, Rechtbank Amsterdam, 24-03-2026, 26/1589
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6635, Rechtbank Den Haag, 17-03-2026, NL24.52207
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6559, Rechtbank Den Haag, 13-03-2026, NL25.1293
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 februari 2006
Instantie
Rechtbank 's-GravenhageRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 05/25823
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2006:AV3344