ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5726, Rechtbank 's-Gravenhage, 30-06-2008, 310950 - KG ZA 08-597 — RBSGR:2008:BD5726
Samenvatting
Op 1 juli 2008 start voor de duur van twee jaar een experiment waarbij de raadsman van een verdachte bij het (eerste) politieverhoor wordt toegelaten, indien de verdachte wordt beschuldigd van het plegen van een voltooid levensdelict. Dit experiment ‘raadsman bij politieverhoor’ (hierna: het experiment) zal plaatsvinden in de politieregio’s Amsterdam-Amstelland en Rotterdam-Rijnmond. Er geldt een aantal uitgangspunten waaronder het experiment plaatsvindt. De uitgangspunten zijn tot stand gekomen na overleg tussen de opsporingsinstanties – de politie en het openbaar ministerie – en de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: de NOvA). Eisers vorderen de gedaagde te gebieden dat hij bepaalt dat onderdelen van de uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van het experiment ‘raadsman bij politieverhoor’ buiten werking worden gesteld, althans gedaagde te verbieden dat gedurende het experiment gevolg wordt gegeven aan overtreding van die uitgangspunten, althans gedaagde te gelasten de politie te verbieden aan voornoemde uitgangspunten gevolg te geven, althans gedaagde te gelasten te bepalen dat de aan dit experiment deelnemende partijen niet gehouden zijn aan bedoelde uitgangspunten. Zijn de door gedaagde geformuleerde uitgangspunten onrechtmatig jegens de raadsman, omdat die uitgangspunten de raadsman beknotten in zijn handelen en daarmee inbreuk plegen op de onafhankelijkheid van de raadsman? Vooropgesteld wordt dat het experiment ten doel heeft de rechtspositie van de verdachte te versterken. De rechten van die verdachte staan daarom centraal. Uitgangspunt is voorts dat de raadsman in de huidige rechtspraktijk geen recht heeft om bij het politieverhoor aanwezig te zijn. Het experiment beoogt derhalve al een wezenlijke uitbreiding van de rechtspositie van de verdachte. Gedaagde schrijft eisers niet voor hoe te handelen, maar hij begrenst slechts de reikwijdte van het handelen van de raadsman. De raadsman kan dus vrij handelen binnen die grenzen. De beperking van het handelen van de raadsman is voorts geoorloofd nu het verhoor een belangrijk opsporingsmiddel is en er ten behoeve van de waarheidsvinding enige geoorloofde druk op de verdachte gezet moet kunnen worden. Dat de politie de aanwezigheid van de raadsman daarom aan voorwaarden wil verbinden is niet onbegrijpelijk. Gedaagde heeft in overleg met de Nederlandse Orde van Advocaten een balans gezocht tussen enerzijds de belangen van de verdachte en anderzijds het onderzoeksbelang. Dat op zich is niet onrechtmatig. Of de juiste balans is gevonden zal blijken na evaluatie van het experiment.
Betrokken advocaten
mr. F.W. Bleichrodt
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1790, Gerechtshof Amsterdam, 08-07-2025, 200.347.463
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2021:78, Rechtbank Limburg, 08-01-2021, 03.261321.18 en 01.845064.16 (TUL)
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2019:3773, Rechtbank Noord-Holland, 22-03-2019, 7439448 \ AO VERZ 19-2
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2016:7, Gerechtshof Den Haag, 12-01-2016, 200.129.496/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juni 2008
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
310950 - KG ZA 08-597
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5726