ECLI:NL:RBSGR:2012:30309, Rechtbank 's-Gravenhage, 28-12-2012, 09/758619-12 — RBSGR:2012:30309
Samenvatting
Op 27 juni 2012 heeft verdachte zichzelf aangegeven vanwege het ombrengen van zijn vrouw, omdat hij geen andere uitweg zag. Hij heeft haar gewurgd. Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder de aard van de gedraging van verdachte − verwurging door middel van het aantrekken van een hondenriem om de hals − volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte zijn vrouw opzettelijk heeft gedood. De vraag die voorligt is hoe zijn daad moet worden gekwalificeerd, als moord of als doodslag. De rechtbank komt tot de conclusie dat de daad van verdachte moet worden gekwalificeerd als doodslag
Betrokken advocaten
mr. R.P. Peters
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:956, Rechtbank Noord-Holland, 04-02-2026, 15/098240-25 (P)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:570, Rechtbank Noord-Holland, 27-01-2026, 15/078185-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:318, Rechtbank Noord-Holland, 13-01-2026, 15/101773-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:319, Rechtbank Noord-Holland, 13-01-2026, 15/232255-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 december 2012
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/758619-12
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBSGR:2012:30309