Geweldsman schuldig aan afpersing, bedreigingen en mishandeling — RBUTR:2009:BI1791
strafzaak — afpersing, bedreiging, mishandeling en vernieling
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte [verdachte], geboren 1974 te Marokko
De rechtbank achtte alle ten laste gelegde feiten — afpersing van een auto, meerdere bedreigingen, mishandeling en vernieling — wettig en overtuigend bewezen en verwierp alle verweren van de verdediging.
- Verdachte is veroordeeld voor afpersing van een personenauto door het slachtoffer onder geweld en bedreiging een verkoopbriefje te laten ondertekenen en de autosleutels te laten afgeven.
- De rechtbank verwierp het verweer dat de auto vrijwillig was overgedragen als compensatie voor gestolen cocaïne, omdat meerdere onafhankelijke getuigen de dwang bevestigden.
- Verdachte werd veroordeeld voor twee afzonderlijke bedreigingen: één met een mes in een café en één telefonische bedreiging van de echtgenote van het slachtoffer.
- De verklaring van verdachtes eigen broer dat verdachte de balkondeurruit had ingetrapt, droeg bij aan de bewezenverklaring van de vernieling.
- De rechtbank achtte de algehele verklaringen van verdachte ongeloofwaardig vanwege de overvloed aan andersluidende getuigenverklaringen bij elk afzonderlijk feit.
Samenvatting
Een 34-jarige man uit Marokko, woonachtig in Nederland, stond terecht voor een reeks geweldsdelicten die plaatsvonden in de herfst en winter van 2008. De rechtbank Utrecht veroordeelde hem voor afpersing, bedreiging, mishandeling en vernieling.
Het zwaarste feit betrof de gebeurtenissen op eerste kerstdag 2008 in een woning in Amersfoort. Toen verdachte ontdekte dat een bezoeker cocaïne van hem had weggenomen, werd hij woedend. Hij sloeg het slachtoffer meerdere malen hard op het hoofd, gaf hem schoppen en bedreigde hem met de dood. Onder dwang moest het slachtoffer een briefje ondertekenen waaruit zou blijken dat hij zijn auto voor €1.600 had 'verkocht' aan verdachte. Een vrouw werd vervolgens per taxi naar de woning van het slachtoffer gestuurd om de autosleutels en -papieren op te halen. Verdachte legde weliswaar geld op tafel, maar stak dit vervolgens weer in eigen zak.
De verdediging voerde aan dat de auto vrijwillig was overgedragen als compensatie voor gestolen cocaïne, en dat de belastende verklaringen achteraf waren geconstrueerd. De rechtbank verwierp dit verweer. Meerdere getuigen, waaronder de vrouw die de autopapieren had opgehaald, bevestigden de lezing van het slachtoffer. Bovendien had diezelfde vrouw de echtgenote van het slachtoffer al op het moment zelf aangeraden aangifte te doen bij de politie, wat de stelling dat de verhalen later verzonnen waren ongeloofwaardig maakte.
Een paar dagen later, op 29 december 2008, belde verdachte naar de woning van het slachtoffer. Zijn echtgenote nam op en herkende verdachtes stem. Hij zou hebben gezegd: 'Ik zweer het op de dood van mijn moeder dat ik je afmaak en je kinderen en je huis in de fik steek.' Verdachte bevestigde zelf dat hij die dag had gebeld, waarmee zijn betrokkenheid vaststond.
Darnaast was verdachte eerder, op 11 november 2008, een café in Amersfoort binnengelopen waar hij een medewerkster had bedreigd. Hij trok een mes, legde zijn linkerhand op tafel en stak het mes in de tafel als dreigend gebaar, terwijl hij schreeuwde dat hij haar en anderen 'zou afmaken'. Zowel het slachtoffer als de getuige die het café runde bevestigden dit. Verdachte erkende zelf dat hij het mes op de tafel had gezet.
Tenslotte was verdachte ook veroordeeld voor de vernieling van een ruit in een balkondeur van een woning van een woningstichting op 19 oktober 2008. Zijn eigen broer had verklaard dat verdachte de ruit had ingetrapt. De politie trof verdachte ter plaatse aan op het balkon. De rechtbank verwierp het verweer dat niet verdachte maar een neefje de ruit zou hebben vernield, omdat er geen enkele aannemelijke onderbouwing voor die stelling was.
De rechtbank achtte alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen, mede omdat verdachte bij elk feit een afwijkende verklaring gaf die door een overvloed aan andere bewijsmiddelen werd weersproken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2023:5154, Rechtbank Midden-Nederland, 04-10-2023, C/16/551209 / HA ZA 23-61
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2023:5369, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-06-2023, 200.322.206
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2023:4463, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-05-2023, 200.320.559
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHARL:2020:4979, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-06-2020, 200.276.160
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 april 2009
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
16/601526-08 en 601247-08
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1791