ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188, Rechtbank Utrecht, 14-03-2012, 794843 UE VERZ 12-117 — RBUTR:2012:BW5188
Samenvatting
Afwijzing verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Bij de beoordeling van een verzoek tot een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nadat een ontslag op staande voet is gegeven, dient voorop gesteld te worden dat de dringende reden die aangevoerd wordt op grond van artikel 7:685 BW meer mag bevatten dan de gronden die zijn gebruikt voor het gegeven ontslag op staande voet. In de onderhavige procedure heeft verzoeker echter niet meer gronden aangevoerd dan de gronden die reeds zijn gebruikt ter onderbouwing van het ontslag op staande voet. Nadere gronden zijn niet gesteld of gebleken. De kantonrechter verwijst daarom naar het vonnis in kort geding (LJN; BW5208) tussen partijen waarin vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan. Hierin heeft de kantonrechter het gestelde handelen van verweerder niet aangemerkt als een dringende reden, met als gevolg dat daarvan in de onderhavige procedure eveneens geen sprake is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst is op deze grondslag dan ook niet toewijsbaar.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:2002, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-07-2025, 200.333.586_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:4010, Rechtbank Rotterdam, 06-03-2025, C/10/694644 / HA RK 25-155
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:8734, Rechtbank Rotterdam, 15-07-2024, C/10/680582 / HA RK 24-532
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2021:4915, Rechtbank Den Haag, 10-05-2021, C/09/594156 / HA ZA 20-550
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
14 maart 2012
Instantie
Rechtbank Midden-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
794843 UE VERZ 12-117
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188