Juristi.nl
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188Civiel Recht

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188, Rechtbank Utrecht, 14-03-2012, 794843 UE VERZ 12-117 — RBUTR:2012:BW5188

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Bij de beoordeling van een verzoek tot een voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, nadat een ontslag op staande voet is gegeven, dient voorop gesteld te worden dat de dringende reden die aangevoerd wordt op grond van artikel 7:685 BW meer mag bevatten dan de gronden die zijn gebruikt voor het gegeven ontslag op staande voet. In de onderhavige procedure heeft verzoeker echter niet meer gronden aangevoerd dan de gronden die reeds zijn gebruikt ter onderbouwing van het ontslag op staande voet. Nadere gronden zijn niet gesteld of gebleken. De kantonrechter verwijst daarom naar het vonnis in kort geding (LJN; BW5208) tussen partijen waarin vandaag eveneens uitspraak wordt gedaan. Hierin heeft de kantonrechter het gestelde handelen van verweerder niet aangemerkt als een dringende reden, met als gevolg dat daarvan in de onderhavige procedure eveneens geen sprake is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst is op deze grondslag dan ook niet toewijsbaar.

Betrokken advocaten

mr. M.A. Posthumus-Praasterink

verweerder

STIPT. advocaten, 'S-HERTOGENBOSCH

mr. L.E.M. de Vries-Blom

verweerder

EBH Legal, DELFT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 maart 2012

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

794843 UE VERZ 12-117

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBUTR:2012:BW5188

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Huisarts krijgt geen gelijk in ruzie om werkruimtes gedeelde praktijk
Rechtbank Midden-Nederland·1 april 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1197
Rechtbank Midden-Nederland·24 maart 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1293
Rechtbank Midden-Nederland·20 maart 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1281
Rechtbank Midden-Nederland·19 maart 2026
Civiel Recht
RBMNE:2026:1254
Rechtbank Midden-Nederland·19 maart 2026
Civiel Recht