ECLI:NL:RBZWB:2024:8381, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 04-12-2024, 10530203 CV EXPL 23-1305 (E) — RBZWB:2024:8381
Samenvatting
Werkgever vordert betaling van boetes van de werknemer vanwege het overtreden van het concurrentiebeding. Die vordering wordt afgewezen. Werkgever geeft geen toelichting welke werkzaamheden of diensten werknemer verricht/verrichtte anders dan het werk als controller dat hem is toegestaan. Evenmin geeft zij een toelichting dat werknemer met zijn bedrijf hetzelfde werk of dezelfde diensten verricht/verrichtte als werkgever en dat werknemer op die wijze met zijn betrokkenheid bij zijn bedrijf het concurrentiebeding heeft overtreden. Werkgever vordert verder een schadevergoeding van werknemer vanwege het vertrek van 13 klanten en de inzet van medewerkers om schade te beperken. Die vordering wordt afgewezen. Werknemer heeft wel eens steken laten vallen, maar er is niet gebleken van bewuste roekeloosheid van werknemer. Ook vordert werkgever een schadevergoeding van werknemer, omdat zij aansprakelijk is gesteld door een klant voor het mislopen van een TVL. Die vordering wordt afgewezen. Er is niet gebleken van fouten door werknemer. Werkgever vordert daarnaast terugbetaling van de studiekosten op grond van afspraken. Die vordering wordt toegewezen. Er is niet gebleken van kosten voor verplichte scholing. Ten slotte vordert werkgever een vergoeding voor een laadpaal. Werknemer dient de laadpaal terug te geven aan werkgever, maar de gevorderde vergoeding wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken van verzuim en een omzettingsverklaring voor vergoeding van schade. In reconventie vordert werknemer vernietiging van het concurrentie- en relatiebeding. Afweging van de belangen van partijen leidt tot matiging van het concurrentiebeding in duur, namelijk tot twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Werkgever heeft recht op bescherming van haar bedrijfsdebiet, maar het verbod voor de duur van vijf jaar is te fors. De gevorderde vernietiging van het relatiebeding wordt afgewezen. Werknemer heeft geen belangen gesteld dat het relatiebeding hem onbillijk benadeelt tegenover het belang van werkgever bij bescherming van het bedrijfsbediet.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:5306, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-09-2025, 200.353.678/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:141, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-01-2024, 200.313.849_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2022:7094, Rechtbank Rotterdam, 07-06-2022, C/10/637857 / KG ZA 22-358
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2021:687, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 09-03-2021, 200.265.732_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 december 2024
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
10530203 CV EXPL 23-1305 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2024:8381