ECLI:NL:RBZWB:2025:1779, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-03-2025, 02-996004-14 — RBZWB:2025:1779
Samenvatting
Tussen verdachte en het Openbaar Ministerie zijn onderling afspraken gemaakt voor afdoening van de zaak terwijl de zaak onder de rechter is. De rechtbank stelt vast dat verdachte belang heeft bij de gemaakte afspraken en dat ook de samenleving gebaat is bij een gepaste afdoening die de rechtspraak niet meer dan nodig belast. Nu door verdachte vrijwillig uitvoering is gegeven aan de in het transactieaanbod gestelde voorwaarden en het Openbaar Ministerie zelf om haar niet-ontvankelijkheid verzoekt, komt de rechtbank tot de slotsom dat het strafvorderlijk belang bij voortzetting van de vervolging van verdachte niet langer aanwezig is en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de tenlastegelegde feiten.
Betrokken advocaten
mr. S. Leeman
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:6657, Rechtbank Overijssel, 17-11-2025, 08.996251.17 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6656, Rechtbank Overijssel, 17-11-2025, 08.996250.17 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7152, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 02-118646-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7308, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2025, anoniem
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 maart 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
02-996004-14
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:1779