ECLI:NL:RBZWB:2025:386, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2025, BRE 23/3639 — RBZWB:2025:386
Samenvatting
Beroep door eiseres (werkgever) tegen oordeel UWV over duurzaamheid bij toekenning uitkering WIA per einde wachttijd. Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank leidt uit het dossier af dat werkneemster gaandeweg de tijd (kleine) verbeteringen ervaart. De rechtbank begrijpt de redenering van de verzekeringsarts b&b zo dat hieruit volgt dat er geen sprake is van een progressief of stabiel ziektebeeld zonder behandelingsmogelijkheden. De rechtbank kan de verzekeringsarts b&b dan ook volgen in de afwijzing van de toepasselijkheid van de eerste stap van het Beoordelingskader. Dat betekent dat de verzekeringsarts b&b de volgende stappen uit het Beoordelingskader dient te beoordelen. De verzekeringsarts b&b heeft in dat kader aangevoerd dat werkneemster als gevolg van long-covid cognitieve, lichamelijke en psychische beperkingen heeft. Eiseres heeft de door het UWV vastgestelde beperkingen ook niet bestreden. Partijen zijn verdeeld over de kwestie of de door de verzekeringsarts b&b voorgestelde behandelingen ertoe leiden dat in het eerste jaar na de datum in geding een goede of redelijke verwachting bestaat dat de situatie van werkneemster zal verbeteren. De verzekeringsarts b&b meent dat dit het geval is. De rechtbank kan de onderbouwing door de verzekeringsarts b&b in dit verband volgen. De verzekeringsarts b&b heeft naar het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de cognitieve en lichamelijke klachten goed gemotiveerd waarom het voortzetten van de ergotherapie nog tot verbetering kan leiden en ook welke in de functionele mogelijkhedenlijst opgenomen beperkingen kunnen verminderen. Dat geldt ook voor de psychische klachten en beperkingen. De rechtbank ziet hiervoor een bevestiging in de door de verzekeringsarts b&b aangehaalde voorbeelden van ná afronding van het eerdere revalidatietraject en kort vóór de datum in geding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:240, Centrale Raad van Beroep, 12-02-2025, 23/2764 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:604, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-02-2025, BRE 24/2956 WGA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:471, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-01-2025, BRE 24/1203 WGA en BRE 24/1204 WGA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:8698, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-12-2024, BRE 23/10165 WIA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 januari 2025
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
BRE 23/3639
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:386