Juristi.nl

UWV hoeft man geen WIA-uitkering te geven na rugklachten — RBZWB:2026:2179

WIA-uitkering weigering / Ziektewet beëindiging / arbeidsongeschiktheidsbeoordeling

Eiser / verzoeker

Man uit onbekende woonplaats (voormalig monteur afmontage)

VS

Verweerder / gedaagde

Raad van bestuur van het UWV (kantoor Eindhoven)

Beide beroepen zijn ongegrond verklaard: de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de Ziektewetuitkering blijven in stand.

  • UWV heeft de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 23,82%, ruim onder de WIA-drempel van 35%, waardoor geen recht op uitkering bestaat.
  • De medische onderzoeken door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn door de rechtbank als voldoende zorgvuldig beoordeeld.
  • De man voldoet niet aan de uitzonderingscriteria van het Schattingsbesluit om volledig arbeidsongeschikt te worden geacht.
  • De ZW-uitkering is terecht beëindigd omdat de belastbaarheid niet was veranderd ten opzichte van de WIA-beoordeling en de eerder geduide functies nog steeds passend zijn.
  • Een verwijzing in het verzekeringsartsrapport naar niet-bestaande medische informatie werd door de rechtbank buiten beschouwing gelaten na bevestiging van beide partijen.

Samenvatting

Een man uit een niet nader genoemde woonplaats viel in juni 2021 uit als monteur afmontage vanwege ernstige rugklachten. Na het doorlopen van de verplichte wachttijd vroeg hij een uitkering aan op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV weigerde die uitkering echter, omdat de man slechts voor 23,82% arbeidsongeschikt zou zijn — ruim onder de drempel van 35% die nodig is voor een WIA-uitkering.

De man was het daar niet mee eens. Hij stelde dat zijn klachten — rugpijn, nekpijn en posttraumatische stressstoornis (PTSS) als gevolg van een auto-ongeluk in 2016 waarbij hij meerdere fracturen opliep — zo ernstig zijn dat hij helemaal niet meer in staat is om te werken. Volgens hem weerspiegelen de vastgestelde beperkingen in de zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst onvoldoende zijn werkelijke gezondheidstoestand.

Het UWV had zijn bezwaar al ongegrond verklaard. Daarna meldde de man zich in maart 2024 opnieuw ziek, ditmaal met toegenomen klachten: een drukkende pijn in de nek en meer hoofdpijn. Hij ontving kort een Ziektewetuitkering, maar ook die werd per 10 mei 2024 stopgezet. Het UWV stelde vast dat zijn belastbaarheid niet was veranderd ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling en dat hij dus in staat was om de functies te vervullen die bij de WIA-procedure waren aangewezen — zoals administratief medewerker, inpakker of telefonist.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant beoordeelde beide beroepen. Ze keek kritisch naar de medische onderbouwing van het UWV. De verzekeringsartsen hadden de man persoonlijk onderzocht, zowel lichamelijk als psychisch, en hadden ook dossieronderzoek gedaan en externe medische informatie betrokken, waaronder een orthopedische expertise. De rechtbank oordeelde dat dit medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd.

Een bijzonderheid in de zaak was dat in een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep werd verwezen naar informatie van een bepaalde organisatie die eiser zou hebben overgelegd. Dat stuk bleek echter helemaal niet te bestaan. Zowel eiser als het UWV bevestigden dat er geen dergelijke medische informatie was. De rechtbank liet die verwijzing dan ook buiten beschouwing.

De man stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is, maar de rechtbank volgde hem daarin niet. Volledige arbeidsongeschiktheid zonder benutbare mogelijkheden kan alleen worden aangenomen in zeer uitzonderlijke gevallen — bijvoorbeeld als iemand bedlegerig is, is opgenomen in een instelling of volledig afhankelijk is van anderen voor dagelijkse verzorging. Daar was bij deze man geen sprake van.

De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. De man krijgt geen WIA-uitkering en de beëindiging van zijn Ziektewetuitkering blijft in stand.

Betrokken advocaten

mr. J.L.A.M. van Os

eiser

Advocatencollectief, TILBURG

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

24/6755 en 24/6754

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBZWB:2026:2179

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBZWB:2026:2166
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·24 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBZWB:2026:2164
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·24 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBZWB:2026:1967
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBZWB:2026:1986
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBZWB:2026:1976
Rechtbank Zeeland-West-Brabant·19 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht