WonenBreburg wint ontbinding huurcontract na schuldenproblematiek huurder — RBZWB:2026:2211
huurrecht / ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand
Eiser / verzoeker
Stichting WonenBreburg
Verweerder / gedaagde
Huurder (procederend in persoon)
Huurovereenkomst ontbonden, huurder veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van €5.128,48 achterstallige huur plus proceskosten van €1.310,14.
- Huurachterstand van bijna zes maanden (€5.128,48) is voldoende grond voor ontbinding van de huurovereenkomst
- Persoonlijke omstandigheden van de huurder (ziekte, dreigende dakloosheid, schulden) wegen niet op tegen de ernst van de tekortkoming
- Na opheffing van het bewind treedt de huurder zelf als procespartij op in plaats van de bewindvoerder
- Huurder veroordeeld tot betaling van gebruiksvergoeding van €751,55 per maand na ontbinding zolang hij de woning bezet houdt
- WonenBreburg had vroegsignalering en schuldhulpverlening aangeboden; huurder heeft hier geen gebruik van gemaakt
Samenvatting
Woningcorporatie WonenBreburg uit Tilburg heeft met succes de ontbinding gevorderd van de huurovereenkomst met een van haar huurders. De kantonrechter in Breda heeft de huurovereenkomst ontbonden en de huurder veroordeeld de woning te ontruimen, nadat een huurachterstand van bijna zes maanden was opgelopen.
De huurder, die een woning huurt voor ruim 751 euro per maand, had al geruime tijd zijn betalingsverplichtingen niet nagekomen. Oorspronkelijk werd het bewind over zijn financiën gevoerd door Sterck Financiële Zorgverlening B.V., maar dat bewind werd op 15 november 2025 opgeheven omdat er geen contact mogelijk was tussen de huurder en zijn bewindvoerder. Daarna procedeerde de huurder zelfstandig verder.
WonenBreburg had de huurder gewezen op mogelijkheden voor schuldhulpverlening en hem aangemeld bij de gemeente in het kader van vroegsignalering. De huurder reageerde hierop niet afwijzend, maar betaalde zijn huur desondanks niet of nauwelijks. Tijdens de mondelinge behandeling erkende de huurder de huurachterstand en voerde hij aan dat hij meerdere operaties had ondergaan, in de ziektewet zat en met diverse schulden kampte. Hij benadrukte dat hij bij ontruiming dakloos zou worden.
De rechter erkende de moeilijke situatie van de huurder, maar oordeelde dat de omstandigheden niet zwaar genoeg wogen om ontbinding achterwege te laten. Bij aanvang van de procedure bedroeg de achterstand al ruim vier maanden huur; in de loop van de procedure liep die verder op tot bijna zes maanden, goed voor een totaalbedrag van 5.128,48 euro. Dat is volgens de kantonrechter ruimschoots voldoende om ontbinding te rechtvaardigen.
WonenBreburg gaf tijdens de zitting aan weinig mogelijkheden te zien om ontruiming te voorkomen, al was zij bereid daarover na te denken als de huurder concrete stappen zou zetten, zoals een nieuwe aanmelding bij schuldhulpverlening en bewindvoering, en de lopende huur zou betalen.
De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst en veroordeelde de huurder om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen. Naast de achterstallige huur van 5.128,48 euro moet hij ook de maandelijkse huurpenningen over maart 2026 betalen en daarna een gebruiksvergoeding van 751,55 euro per maand zolang hij de woning nog bewoont. Daarbovenop werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van 1.310,14 euro.
Betrokken advocaten
LAVG Groningen
eiser
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11989498 \ CV EXPL 25-3956
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2211