Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens onbetaald griffierecht — RBZWB:2026:2274
niet-ontvankelijkheid voorlopige voorziening / griffierecht
Eiser / verzoeker
verzoekster (anoniem)
Verweerder / gedaagde
niet gespecificeerd bestuursorgaan
Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht van € 54,-.
- Griffierecht van € 54,- niet betaald binnen de gestelde termijn van vier weken
- Aangetekende brief met betalingsverzoek aantoonbaar bezorgd en voor ontvangst getekend op 10 februari 2026
- Geen verontschuldiging of reden voor verzuim aangevoerd door verzoekster
- Verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling; bestreden besluit blijft in stand
Samenvatting
Een vrouw diende een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, maar verzuimde het verplichte griffierecht te betalen. Daardoor kon de rechter haar zaak inhoudelijk niet behandelen.
Wie een verzoek om voorlopige voorziening indient bij de bestuursrechter, is verplicht griffierecht te betalen. In dit geval ging het om een bedrag van € 54,-. De griffier stuurde op 4 februari 2026 een aangetekende brief naar het bij de gemeente ingeschreven adres van de vrouw, met de mededeling dat het griffierecht binnen vier weken moest worden voldaan. Uit informatie van PostNL bleek dat de brief op 10 februari 2026 om 11:22 uur was bezorgd en dat voor ontvangst was getekend.
Despite deze ontvangstbevestiging betaalde de vrouw het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. Evenmin gaf zij enige reden of verklaring voor dit verzuim. De wet biedt wel ruimte voor coulance als het niet betalen verontschuldigbaar is — bijvoorbeeld door een aantoonbare postfout of bijzondere omstandigheid — maar van een dergelijke reden was in dit geval niets gebleken.
De voorzieningenrechter besliste zonder zitting en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit waartegen de vrouw zich had willen verzetten, blijft daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-02-2026, 25/314
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:491, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/444 en 25/445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:490, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-01-2026, 25/297
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:366, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-01-2026, BRE 25/4334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BRE 26/757
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:2274