ECLI:NL:RBZWB:2026:277, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2026, BRE 24/6969 — RBZWB:2026:277
Samenvatting
Belanghebbende is vanaf 1 april 2018 als moedermaatschappij met BV 1 gevoegd in een fiscale eenheid voor de Vpb. Belanghebbende wenst een liquidatieverlies in aanmerking te nemen ter zake van de liquidatie van de Ltd. De bewijslast om het in aanmerking te nemen liquidatieverlies overtuigend aan te tonen rust op belanghebbende. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat de onderneming van de Ltd nog niet geheel of nagenoeg geheel gestaakt was op het moment dat BV1 in de fiscale eenheid werd gevoegd. Een liquidatieverlies zou daarom alleen in aftrek kunnen worden gebracht voor zover de winst van de fiscale eenheid is toe te rekenen aan BV1. BV1 heeft in 2019 echter een negatief resultaat behaald, zodat het liquidatieverlies niet in 2019 in aftrek kan worden gebracht.
Betrokken advocaten
mr. L.G.L.M. van Well
belanghebbende
mr. M.A.J. Rooyakkers
belanghebbende
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:570, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-02-2026, 25/314
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:569, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-02-2026, BRE - 25 _ 6705
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:331, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2026, 24/1573
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:293, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2026, 24/5889
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 januari 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
BRE 24/6969
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:277