ECLI:NL:RBZWB:2026:326, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-01-2026, 11452914 \ CV EXPL 24-4301 — RBZWB:2026:326
Samenvatting
Gedaagde (werkgever) wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en de eindafrekening. Tijdens ziekte heeft eiser (werknemer) op grond van de cao recht op een bepaald percentage van het overeengekomen loon. Inmiddels is de arbeidsovereenkomst beëindigd. De vordering tot betaling van een vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren wordt gedeeltelijk afgewezen, omdat op de mondelinge behandeling is gebleken dat de werknemer tijdens ziekte wel degelijk vakantie heeft genoten. Bovendien is een deel van de gevorderde wettelijke vakantie-uren vervallen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:7191, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, BRE 24/7637 en 24/7638
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7190, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-10-2025, 24/7481
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6795, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30-09-2025, 25/683
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6364, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-09-2025, 25/4064 PW VV
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 januari 2026
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11452914 \ CV EXPL 24-4301
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:326