ECLI:NL:RVS:2002:AE8000, Raad van State, 25-09-2002, 200104359/1 — RVS:2002:AE8000
Samenvatting
Inmenging in privéleven als gevolg van het verificatieonderzoek, is, gelet op het bepaalde in het tweede lid van art. 8 EVRM, in algemene zin gerechtvaardigd te achten. Weigering legalisatie Ghanese echtscheidingsakte. Appellant betoogt tevergeefs dat de rechtbank heeft miskend dat het door de minister gevoerde legalisatie- en verificatiebeleid een schending betekent van art. 8.1 EVRM, voor zover daarin is bepaald dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven. Zo al sprake is van een inmenging in het privéleven van appellant als gevolg van het verificatieonderzoek, is dat, gelet op het bepaalde in het tweede lid van art. 8 EVRM, in algemene zin gerechtvaardigd te achten ter bescherming van onder meer de rechten en vrijheden van anderen en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, indien het ter legalisatie overgelegde document niet voldoet aan de inhoudelijke vereisten om tot de Nederlandse rechtsorde te kunnen worden toegelaten. De Minister van Buitenlandse Zaken mrs. R.H. Lauwaars, B. van Wagtendonk, E.A. Alkema
Betrokken advocaten
mr. A.H.M. Weeber
appellant
mr. D.B. Geelen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2017:848, Raad van State, 29-03-2017, 201600582/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2016:4725, Centrale Raad van Beroep, 09-12-2016, 15/7050 WAADI
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2016:15466, Rechtbank Den Haag, 14-10-2016, AWB 16/14565, 14/14563, 16/14566,16/14564
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2016:2645, Raad van State, 05-10-2016, 201505784/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2002
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
200104359/1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2002:AE8000