Bezwaar tegen huisnummering moet binnen termijn worden ingediend — RVS:2007:BA8731
Bestuursrecht / huisnummerbesluit / niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Eiser / verzoeker
Appellanten, wonend te Bunschoten
Verweerder / gedaagde
College van burgemeester en wethouders van Bunschoten
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wegens termijnoverschrijding blijft in stand.
- Een huisnummerbesluit hoeft alleen te worden toegezonden aan degene tot wie het is gericht; omwonenden die geen zakelijk recht hebben op het perceel hebben geen recht op toezending.
- Wie niet officieel is geïnformeerd over een besluit moet binnen twee weken nadat hij ervan op de hoogte raakt bezwaar maken; de reguliere bezwaartermijn herleeft niet.
- Het feit dat een gemeenteambtenaar de appellanten niet heeft gewezen op de bezwaarmogelijkheid maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
- Eerdere bekendheid met bezwaarprocedures in vergelijkbare kwesties weegt mee bij het oordeel dat de overschrijding niet verontschuldigbaar is.
Samenvatting
Een stel inwoners van Bunschoten maakte bezwaar tegen de vernummering van de woning van hun buren. Het college van burgemeester en wethouders had in december 2004 besloten om de buurwoning een nieuw huisnummer toe te kennen. De buren kregen dit besluit toeggestuurd, maar de appellanten niet. Zij kwamen er medio februari 2005 achter dat het huisnummer was gewijzigd en spraken daarover met een gemeenteambtenaar. Pas in juni 2005 dienden zij formeel bezwaar in.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de wettelijke bezwaartermijn van zes weken al lang was verstreken. De rechtbank Utrecht bevestigde dit oordeel, waarna de appellanten in hoger beroep gingen bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het besluit correct is bekendgemaakt door het te sturen aan de belanghebbende buurman. De appellanten zijn geen eigenaar of zakelijk gerechtigde van het betreffende perceel, zodat er geen wettelijke plicht bestond om het besluit ook aan hen toe te zenden.
Van belang is de regel dat iemand die niet officieel op de hoogte is gesteld van een besluit, in beginsel binnen twee weken nadat hij ervan heeft gehoord alsnog bezwaar moet maken. De wettelijke termijn begint in zo'n geval niet opnieuw te lopen. Omdat de appellanten medio februari 2005 wisten van het besluit, had die twee wekentermijn toen moeten worden benut. Dat de gemeenteambtenaar hen hier niet op heeft gewezen, maakt dit niet anders.
Extra verzwarend is dat de appellanten eerder al in een vergelijkbare kwestie bezwaar hadden gemaakt en dus wisten dat er beperkte termijnen gelden. De Raad van State concludeert dan ook dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Utrecht.
Betrokken advocaten
A.E. Schaap-Huijgen
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2016:3457, Raad van State, 28-12-2016, 201506475/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2016:3091, Raad van State, 23-11-2016, 201507101/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2016:2990, Raad van State, 09-11-2016, 201508284/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2016:2927, Raad van State, 02-11-2016, 201406676/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 juli 2007
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
200700223/1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA8731