Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2012:BY0348Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2012:BY0348, Raad van State, 17-10-2012, 201110435/1/V6 — RVS:2012:BY0348

Samenvatting

Boete wegens van Bulgaarse nationaliteit en twee vreemdelingen van Roemeense nationaliteit. Geen tewerkstellingsvergunning. Niet is in geschil dat in het onderhavige geval sprake is van grensoverschrijdende dienstverrichting die bestaat uit het louter ter beschikking stellen van arbeidskrachten, dat het doel van de dienstverrichting de verplaatsing van de vreemdelingen naar Nederland was en dat zij hun werkzaamheden onder leiding en toezicht van bedrijf B hebben vervuld. Appellante betoogt dat de overgangsregelingen Bulgarije en Roemenië zo moeten worden uitgelegd dat deze zich beperken tot Bulgaarse en Roemeense werknemers die vanuit Bulgarije en Roemenië naar Nederland komen om hier werkzaamheden te verrichten. Aangezien de vreemdelingen reeds lange tijd in Portugal zijn gevestigd en daar arbeid verrichten dienen zij, volgens appellante, als Portugese onderdanen te worden beschouwd, zodat de overgangsregelingen niet op hen van toepassing zijn. De Rb. heeft overwogen dat het begrip 'onderdaan' een Gemeenschapsrechtelijk begrip is en in de context daarvan moet worden uitgelegd. Volgens de Rb. ziet het begrip 'onderdaan' gelet op het bepaalde in art. 59 van de VWEU, niet op het land van vestiging, maar is de betekenis daarvan 'een persoon met de nationaliteit van die lidstaat'. Het begrip 'onderdaan' als bedoeld in de overgangsmaatregelen, wijkt niet af van dat begrip als bedoeld in het VWEU. Nu de overgangsmaatregelen onlosmakelijk zijn verbonden met de Toetredingsakte, heeft de Rb. het begrip 'onderdaan' terecht uitgelegd als Gemeenschapsrechtelijk (lees: Unierechtelijk) begrip. De uitleg van de Rb. vindt steun in het bepaalde in art. 45, lid 2 van het VWEU, waarin het afschaffen van elke discriminatie op grond van de nationaliteit van de werknemers der lidstaten is neergelegd. Daarnaast vormen de bewoordingen in de Engelse, Franse, Spaanse, onderscheidenlijk Duitse versies van Bijlage VII een heldere aanwijzing dat het begrip 'onderdaan' aldus dient te worden uitgelegd dat dit 'een persoon met de nationaliteit van die lidstaat' betekent. Deze uitleg vindt voorts steun in het arrest van het Hof van Justitie van de EG (thans: het Hof van Justitie van de EU) van 10 februari 2011 in de gevoegde zaken C-307/09 tot en met C-309/09 (Vicoplus e.a.; LJN: BP5264), aangezien uit de overwegingen 38 tot en met 41 van dat arrest niet kan worden afgeleid dat het Hof belang heeft gehecht aan de lidstaat waar de Poolse werknemers waren gevestigd, maar dat het in dit kader slechts de nationaliteit van de desbetreffende werknemers van betekenis heeft geacht. De Rb. is terecht tot de conclusie gekomen dat het begrip 'onderdaan' 'een persoon met de nationaliteit van die lidstaat' betekent. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de vreemdelingen onder de overgangsregelingen vallen. Gelet hierop en gelet op hetgeen in 3. is overwogen, bezien in samenhang met vaste jurisprudentie van de Afdeling (onder meer de uitspraak van 6 juli 2011, zaak nr. 200801014/1-A/V6, LJN: BR0522) volgt dat de minister de eis van een tewerkstellingsvergunning heeft kunnen stellen voor de werkzaamheden die de vreemdelingen bij bedrijf B hebben verricht. Onder deze omstandigheden bestaat geen aanleiding om de door appellante naar voren gebrachte redenen voor matiging af te zetten tegen het doel van de overgangsregelingen.

Betrokken advocaten

mr. S.C. Dunweg

appellant

RechtNL (Cornelis IV Beheer, ROTTERDAM

mr. M. Hokke

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 oktober 2012

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

201110435/1/V6

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2012:BY0348

Bekijk op rechtspraak.nl