Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2017:773Bestuursrecht

Gemeente moet woningbouwplan beter motiveren — RVS:2017:773

bestemmingsplan / ruimtelijke ordening / ladder voor duurzame verstedelijking / woningbouw

Eiser / verzoeker

Drie omwonenden (appellant sub 1, appellant sub 2 en appellant sub 3) wonend te Grubbenvorst

VS

Verweerder / gedaagde

Raad van de gemeente Horst aan de Maas

De Afdeling verklaart de beroepsgronden over de behoefte aan woningen en de locatiekeuze ongegrond, maar geeft de gemeente via een tussenuitspraak opdracht een motiveringsgebrek in het plan te herstellen.

  • De ladder voor duurzame verstedelijking vereist onderbouwing van actuele regionale behoefte; de Afdeling oordeelt dat de gemeente die onderbouwing voldoende heeft geleverd op basis van huishoudensprognoses en een positieve verhuisbalans.
  • Een dalend inwoneraantal betekent niet automatisch dat ook het aantal huishoudens daalt; dat effect treedt doorgaans pas jaren later op, zodat de prognoses van E,til de behoefte aan 50 woningen niet weerleggen.
  • Leegstand en woningen te koop vormen op zichzelf geen bewijs voor een structureel woningoverschot, omdat vraag per woningtype kan verschillen.
  • De gemeente heeft voldoende aangetoond dat geschikte binnenstedelijke inbreidingslocaties voor dit aantal woningen niet beschikbaar zijn.
  • De uitspraak is een tussenuitspraak: op een specifiek motiveringsgebrek in de planregels moet de gemeenteraad nog een herstelreactie indienen.

Samenvatting

Drie omwonenden van het plangebied 'De Comert' in Grubbenvorst, gemeente Horst aan de Maas, hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan dat de bouw van maximaal 50 woningen mogelijk maakt op een terrein direct aan de rand van de bestaande kern. Het gaat om een gebied waar vroeger tennisbanen en een jeu-de-boulesaccommodatie lagen, voorzieningen die inmiddels zijn verplaatst naar een andere locatie.

De drie appellanten vrezen dat het plan hun woon- en leefklimaat aantast. Een groot deel van hun bezwaren richt zich op de zogeheten 'ladder voor duurzame verstedelijking', een wettelijke eis die inhoudt dat een gemeente moet onderbouwen dat er daadwerkelijk behoefte bestaat aan nieuwe woningen in de regio, en dat die behoefte niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden ingevuld.

De appellanten wijzen op bevolkingsprognoses van onderzoeksbureau E,til, waaruit blijkt dat de gemeente Horst aan de Maas al sinds 2013 te maken heeft met een dalend inwoneraantal. Een van de appellanten benadrukt ook dat er al veel woningen te koop staan en leegstand is in de gemeente. Een andere appellant stelt dat er hooguit behoefte is aan sociale huurwoningen, terwijl het plan voornamelijk vrije sectorwoningen behelst.

De gemeente verdedigt het plan door te wijzen op andere E,til-cijfers: het aantal huishoudens in Grubbenvorst zou nog groeien tot 2028, dus ruimschoots buiten de planperiode van tien jaar. Bovendien heeft de gemeente een positieve verhuisbalans: er vestigen zich meer mensen dan er vertrekken. De ligging nabij Venlo maakt Grubbenvorst extra aantrekkelijk als woonplaats voor werknemers uit die stad. Een marktonderzoek ('Marktpotentie De Comert') bevestigt dat er met name vraag is vanuit samenwonenden en alleenstaanden zonder kinderen met middeninkomens.

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt in grote lijnen het standpunt van de gemeente. De rechter oordeelt dat een daling van het inwoneraantal niet automatisch betekent dat ook het aantal huishoudens krimpt — dat effect treedt doorgaans pas jaren later op. Bovendien kan de regionale trend in Noord-Limburg niet zomaar worden doorgetrokken naar een specifieke kern als Grubbenvorst. Het feit dat er veel woningen te koop staan of dat een informatieavond niet meteen vijftig gegadigden opleverde, is onvoldoende bewijs voor een structureel woningoverschot.

Over het bezwaar dat de woningen beter op een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd zouden kunnen worden, constateert de Afdeling dat de gemeente heeft aangetoond dat zij actief kijkt naar hergebruik van bestaande locaties, maar dat geschikte binnenstedelijke alternatieven voor dit aantal woningen niet beschikbaar zijn.

De uitspraak is deels een tussenuitspraak: op een aantal punten worden de bezwaren ongegrond verklaard, maar de Afdeling geeft de gemeente ook opdracht om een specifiek gebrek in de motivering van het plan te herstellen. De rechter verplicht de gemeente te reageren op opmerkingen van appellant sub 3 over de wijze waarop de regels in het plan zijn uitgewerkt. Op onderdelen moet de gemeenteraad dus aanvullend werk verrichten om het plan juridisch houdbaar te maken.

Betrokken advocaten

mr. S. Meijers

appellant sub 1

Suzanne Meijers Arbeidsrecht Advocaat, UTRECHT

mr. E.M. van Bennekom

appellant sub 2

mr. C. Mohr

appellant sub 3

Mohr Advocaat, MAASTRICHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

22 maart 2017

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

201608333/1/R6

Procedure

Tussenuitspraak bestuurlijke lus

ECLI

ECLI:NL:RVS:2017:773

Bekijk op rechtspraak.nl