ECLI:NL:RVS:2020:181, Raad van State, 22-01-2020, 201901693/1/A2 — RVS:2020:181
Samenvatting
Bij besluit van 4 december 2017 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag om extra uren rechtsbijstand ten behoeve van [appellante] afgewezen. Op 9 november 2017 heeft mr. J.A.M. van Oers een aanvraag ingediend om toekenning van extra uren rechtsbijstand ten behoeve van [appellante] voor een hogerberoepsprocedure tegen een besluit tot terugvordering van persoonsgebonden budget. De raad heeft deze aanvraag bij het besluit van 4 december 2017 afgewezen, omdat niet is gebleken van een bijzondere rechtsvraag of juridisch relevant feitencomplex als gevolg waarvan de zaak niet in redelijkheid binnen de 24 forfaitaire uren kan worden behandeld. Dit besluit is door de raad, onder verwijzing naar het advies van de Commissie voor Bezwaar van 26 april 2018, in bezwaar gehandhaafd. De in bezwaar geschetste feiten en omstandigheden geven geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van bijzondere rechtsvragen of een omvangrijk juridisch relevant feitencomplex, aldus de raad.
Betrokken advocaten
mr. M. Doets
appellant
mr. J.A.M. van Oers
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:4305, Raad van State, 10-09-2025, 202405354/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4306, Raad van State, 10-09-2025, 202404027/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3137, Raad van State, 09-07-2025, 202305690/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:3133, Raad van State, 09-07-2025, 202305765/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 januari 2020
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
201901693/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2020:181