ECLI:NL:RVS:2021:1159, Raad van State, 02-06-2021, 202000593/1/R4 — RVS:2021:1159
Samenvatting
Bij besluit van 13 mei 2019 heeft het college zijn beslissing van 16 februari 2019 tot het toepassen van zeer spoedeisende bestuursdwang ter zake van een asbestverontreiniging als gevolg van een brand in een bedrijfspand aan de [locatie] in [plaats], op schrift gesteld. Daarbij heeft het college bepaald dat de kosten van deze spoedeisende bestuursdwang voor rekening van [appellant] komen en besloten over te gaan tot invordering van een bedrag van € 233.079,40. Op 16 februari 2019 woedde er een brand in het bedrijfspand van [appellant]. Door de brand is er asbest vrijgekomen op het perceel, dat verspreid is in de omgeving. Omdat het vrijgekomen asbest een gevaar oplevert voor de volksgezondheid en het milieu, heeft het college zeer spoedeisende bestuursdwang toegepast. Het heeft aan een gespecialiseerd bedrijf opdracht gegeven te starten met het verwijderen van asbestvezels en mogelijk asbesthoudende afvalstoffen door middel van asbestsanering. Het college heeft [appellant] als overtreder aangemerkt.
Betrokken advocaten
F.L. Oudshoorn
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:284, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, ROE 23/2050
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6374, Raad van State, 24-12-2025, 202400251/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6191, Raad van State, 17-12-2025, 202502847/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:7046, Rechtbank Oost-Brabant, 31-10-2025, 25/356
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juni 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202000593/1/R4
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:1159