ECLI:NL:RVS:2021:2084, Raad van State, 15-09-2021, 202003871/1/A3 — RVS:2021:2084
Samenvatting
Bij besluit van 19 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellante] een boete van € 20.500,- opgelegd vanwege een overtreding van artikel 21, onder a, van de Huisvestingswet. [appellante] huurt sinds 2014 een woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. Deze woning is gelegen op de derde verdieping. Sinds 2016 huurt zij ook de woning aan de [locatie 2]. Deze woning is gelegen op de tweede verdieping. [appellante] staat in de basisregistratie personen ingeschreven op de [locatie 1]. Zij heeft bij de gemeente Amsterdam een melding gedaan voor het starten van een ‘’Bed and Breakfast’’. Van de gemeente ontving zij een bevestigingsbrief op 5 december 2016, waarin de voorwaarden stonden vermeld die golden voor het in stand houden van een B&B. [appellante] heeft hierna de woning op de tweede verdieping, dan wel een deel daarvan, aangeboden op Airbnb. Op 28 januari 2018 heeft het college een melding ontvangen over woonfraude.
Betrokken advocaten
mr. J. van den Boorn
appellant
mr. R. Lo Fo Sang
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6324, Raad van State, 24-12-2025, 202405050/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6302, Raad van State, 16-12-2025, 202500511/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:3948, Rechtbank Gelderland, 20-05-2025, 450229
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:1782, Raad van State, 14-04-2025, 202403468/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 september 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202003871/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2084