ECLI:NL:RVS:2021:2511, Raad van State, 10-11-2021, 202001625/1/A3 — RVS:2021:2511
Samenvatting
Bij besluit van 7 april 2015 heeft het College bescherming persoonsgegevens (thans: de AP) een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens afgewezen. [appellant] wil met contant geld in de bus een kaartje kunnen kopen. Sinds 1 juli 2018 kan dat niet meer en kan hij alleen met pinpas of credit card in de bus een kaartje aanschaffen. Hij vindt deze maatregel in strijd met zijn recht op privéleven. Daarom heeft hij bij de AP het verzoek ingediend om met toepassing van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 de afschaffing van contante betaling in bussen door lokale en regionale vervoerders te onderzoeken en daartegen handhavend op te treden.
Betrokken advocaten
mr. W. van Steenbergen
appellant
mr. J.M.A. Koster
appellant
mr. O.S. Nijveld
appellant
mr. E.P.C. Seijbel
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:490, Raad van State, 28-01-2026, 202304226/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:284, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, ROE 23/2050
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9230, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 24/7353
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6709, Rechtbank Midden-Nederland, 08-12-2025, UTR 24/5678
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 november 2021
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202001625/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2021:2511