ECLI:NL:RVS:2022:1085, Raad van State, 13-04-2022, 202103271/1/R1 — RVS:2022:1085
Samenvatting
Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland naar aanleiding van een verzoek daartoe van [appellant] geweigerd handhavend op te treden tegen het zanddepot van [bedrijf]. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zanddepot van [bedrijf], gelegen tegen het talud van de [locatie]. Het college heeft dit handhavingsverzoek afgewezen. Daaraan heeft het college in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat het zand- en grinddepot omstreeks 1900 door een rechtsvoorganger van hem is aangelegd ten behoeve van het beheer en onderhoud van de dijk- en polderwegen. Toen was voor het aanleggen van een zanddepot geen (water)vergunning nodig. Het gebruik valt daarom onder het overgangsrecht van artikel 7.1, derde lid, van de Keur van het Waterschap Rivierenland 2014.
Betrokken advocaten
mr. J.J.W. van Ingen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2024:8646, Rechtbank Gelderland, 06-12-2024, 22/4856
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2024:3418, Raad van State, 21-08-2024, 202305621/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2024:1476, Rechtbank Gelderland, 15-03-2024, 23/1587
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2023:3754, Raad van State, 11-10-2023, 202305621/2/R1
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 april 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202103271/1/R1
Procedure
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1085