Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2022:1085Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2022:1085, Raad van State, 13-04-2022, 202103271/1/R1 — RVS:2022:1085

Samenvatting

Bij besluit van 15 augustus 2018 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland naar aanleiding van een verzoek daartoe van [appellant] geweigerd handhavend op te treden tegen het zanddepot van [bedrijf]. [appellant] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen een zanddepot van [bedrijf], gelegen tegen het talud van de [locatie]. Het college heeft dit handhavingsverzoek afgewezen. Daaraan heeft het college in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat het zand- en grinddepot omstreeks 1900 door een rechtsvoorganger van hem is aangelegd ten behoeve van het beheer en onderhoud van de dijk- en polderwegen. Toen was voor het aanleggen van een zanddepot geen (water)vergunning nodig. Het gebruik valt daarom onder het overgangsrecht van artikel 7.1, derde lid, van de Keur van het Waterschap Rivierenland 2014.

Betrokken advocaten

mr. J.J.W. van Ingen

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 april 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202103271/1/R1

Procedure

Tussenuitspraak bestuurlijke lus

ECLI

ECLI:NL:RVS:2022:1085

Bekijk op rechtspraak.nl