ECLI:NL:RVS:2022:1137, Raad van State, 20-04-2022, 202101957/1/A2 — RVS:2022:1137
Samenvatting
Bij besluit van 15 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het recht van [appellante] op huurtoeslag over 2018 definitief vastgesteld op € 1.246,00 en € 2.840,00 aan teveel betaalde voorschotten van haar teruggevorderd. [appellante] huurde in 2018 samen met haar partner een woning aan de [locatie] te Spijkenisse. In de periode van 1 januari 2018 tot en met 17 juli 2018 stond, voor zover thans van belang, ook haar dochter, [naam dochter], op dat adres ingeschreven. Bij besluit van 28 december 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellante] een voorschot huurtoeslag over 2018 toegekend van € 4.045,00. Daarbij is de dienst uitgegaan van een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 18.907,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat de dienst het recht op huurtoeslag van [appellante] over 2018 correct heeft vastgesteld. Wel heeft zij de dienst veroordeeld in de door [appellante] gemaakte proceskosten, omdat de dienst de motivering van het besluit van 6 april 2020 in verweer nog heeft aangepast.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2022:2356, Gerechtshof Den Haag, 06-12-2022, 200.298.836/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2021:4797, Rechtbank Noord-Nederland, 05-11-2021, AWB - 20 _ 1616
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2021:8586, Rechtbank Rotterdam, 28-07-2021, C/10/609059 / HA ZA 20-1162
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:CRVB:2021:862, Centrale Raad van Beroep, 16-04-2021, 19/1030 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 april 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202101957/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1137