ECLI:NL:RVS:2022:1275, Raad van State, 04-05-2022, 202201232/1/V3 — RVS:2022:1275
Samenvatting
Bij besluit van 6 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Volgens de staatssecretaris is de bewaring van de vreemdeling noodzakelijk omdat hij geen gevolg heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 21 november 2020, er een risico bestaat dat hij zich zal onttrekken aan het toezicht en hij de voorbereiding van zijn vertrek of uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 17 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2092 , geoordeeld dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn voor Algerije ontbreekt. In deze uitspraak gaat het om de vraag of dat oordeel nog steeds geldt of dat de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er wel weer zicht op uitzetting is.
Betrokken advocaten
Seth Paul advocaten, AMSTERDAM
mr. H. Remerie
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1732, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL26.2868
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:274, Raad van State, 20-01-2026, BRS.25.002334
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25435, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.60874
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24951, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, NL25.59374
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 mei 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202201232/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1275