Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2022:2820Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2022:2820, Raad van State, 28-09-2022, 202105308/1/A3 — RVS:2022:2820

Samenvatting

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] met ingang van 27 augustus 2018 in de basisregistratie personen geregistreerd als ‘vertrokken onbekend waarheen’ en hem een bestuurlijke boete opgelegd van € 240,00. [appellant] stond ingeschreven in de brp met briefadres [locatie A] in Amsterdam. Uit onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank is gebleken dat [appellant] op het adres woont. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart. Het college heeft [appellant] een boete opgelegd, omdat hij niet aan zijn aangifteplicht op grond van artikel 2.39 van de Wet basisregistratie personen heeft voldaan. [appellant] heeft gesteld dat hij vanwege bedreigingen het adres niet als woonadres wilde laten registreren. [appellant] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij wel heeft onderbouwd welk gevaar hij loopt als gevolg van de inschrijving met een woonadres op het adres.

Betrokken advocaten

mr. S. Lensink

appellant

Loyens & Loeff, AMSTERDAM

mr. P.M.J. de Haan

appellant

PDH Advocatuur, 'S-HERTOGENBOSCH

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 september 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

202105308/1/A3

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2022:2820

Bekijk op rechtspraak.nl