ECLI:NL:RVS:2022:329, Raad van State, 02-02-2022, 202000617/2/R2 — RVS:2022:329
Samenvatting
Bij tussenuitspraak van 3 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:223, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Heerlen opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het in rechtsoverweging 3.7 geconstateerde gebrek te herstellen en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad het in de zienswijze vervatte verzoek van [appellant] om de op zijn perceel [locatie] te Heerlen aanwezige paardenbak positief te bestemmen, had moeten opvatten als een concreet initiatief. De raad had voorafgaand aan de vaststelling van het besluit van 27 november 2019 moeten beoordelen of medewerking kon worden verleend aan het initiatief en aldus of de paardenbak positief kon worden bestemd.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2022:321, Raad van State, 02-02-2022, 202005619/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2022:263, Raad van State, 26-01-2022, 202002626/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2022:250, Raad van State, 26-01-2022, 202004514/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2022:256, Raad van State, 26-01-2022, 202005079/1/R2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 februari 2022
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202000617/2/R2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:329