ECLI:NL:RVS:2023:2074, Raad van State, 31-05-2023, 202103901/1/A3 — RVS:2023:2074
Samenvatting
Bij besluit van 30 april 2019 heeft de Autoriteit Persoonsgegevens [appellant]s klacht op grond van artikel 77 van de Algemene verordening gegevensbescherming, afgewezen. [appellant] heeft een klacht ingediend bij de AP over de afhandeling van zijn verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens door de ABN AMRO. Deze klacht is afgewezen, omdat niet was gebleken van een (evidente) schending van de AVG. De AP heeft vervolgens het bezwaar van [appellant] tegen dit besluit ongegrond verklaard, omdat niet aannemelijk was geworden dat ABN AMRO de volgens [appellant] ontbrekende stukken nog verwerkte. De rechtbank heeft, voor zover hier van belang, geoordeeld dat [appellant] geen belang had bij een uitspraak op het beroep omdat ter zitting was gebleken dat ook de laatste drie stukken die hij stelde nog te missen, in zijn bezit waren. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken advocaten
mr. W. van Steenbergen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:490, Raad van State, 28-01-2026, 202304226/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:284, Rechtbank Limburg, 14-01-2026, ROE 23/2050
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6709, Rechtbank Midden-Nederland, 08-12-2025, UTR 24/5678
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23839, Rechtbank Den Haag, 02-12-2025, 25/6466
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 mei 2023
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202103901/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2074