ECLI:NL:RVS:2023:4398, Raad van State, 29-11-2023, 202203113/1/R3 — RVS:2023:4398
Samenvatting
Bij besluit van 28 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de binnenplaats, behorend bij de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Voorburg (hierna: de binnenplaats), afgewezen. [appellant] is eigenaar van de panden aan de [locatie 3] en [locatie 1] in Voorburg. Vanuit deze panden is er zicht op de binnenplaats. Hij heeft het college bij e-mailbericht van 8 september 2017 en bij brief van 16 februari 2018 verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik door Van den Bosch van deze binnenplaats als boerenerf door het laten verblijven van dieren en als opslagplaats voor landbouwgereedschap en overige opslag, zoals van een auto met aanhangwagen, en diervoer waaronder broden en groenteafval. [appellant] stelt hiervan zichthinder, stankhinder, geluidhinder en hinder van ongedierte te ondervinden. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Bij uitspraak van 24 juni 2019 in zaak nr. 18/6145 heeft de rechtbank het aanvankelijke, op 18 juli 2018 genomen besluit op het bezwaar van [appellant] tegen deze afwijzing vernietigd.
Betrokken advocaten
H.H. van der Ster
appellant
F.C. van Veen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:310, Raad van State, 20-01-2026, 202505958/2/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:2561, Raad van State, 04-06-2025, 202304856/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3061, Rechtbank Midden-Nederland, 28-04-2025, 24/4100
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:3449, Rechtbank Noord-Holland, 28-03-2025, HAA 25/479 en HAA 25/496
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 november 2023
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202203113/1/R3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4398