ECLI:NL:RVS:2023:818, Raad van State, 01-03-2023, 202105688/1/R4 — RVS:2023:818
Samenvatting
Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Renkum het verzoek van de vereniging om handhavend op te treden tegen een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie 1] in Oosterbeek afgewezen. Op het perceel zijn diverse gebouwen aanwezig waaronder een bedrijfswoning. Deze woning is gekeerd naar de Valkenburglaan. Gekeken vanaf de Valkenburglaan, grenst de rechterzijkant van het perceel voor een deel direct aan de Sonnenberglaan. Verderop grenst de rechterzijkant van het perceel niet direct aan de Sonnenberglaan, maar ligt het achter een woonperceel, namelijk [locatie 2]. Achter dit al bestaande perceel van een ander, waarop een woning staat, heeft [appellant sub 2] op zijn perceel een bijbehorend bouwwerk gebouwd zonder omgevingsvergunning. Ten tijde van de besluitvorming was dit bouwwerk nog in aanbouw. Het college heeft geweigerd handhavend op te treden tegen dit bijbehorend bouwwerk, omdat dit volgens hem op grond van artikel 3, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zonder omgevingsvergunning mocht worden gebouwd.
Betrokken advocaten
M.C. Staring
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:622, Raad van State, 04-02-2026, 202501783/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:493, Raad van State, 28-01-2026, 202304782/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:407, Raad van State, 23-01-2026, 202504732/2/R4
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:478, Rechtbank Gelderland, 23-01-2026, ARN 23/7626
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 maart 2023
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202105688/1/R4
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:818