Juristi.nl

Hoger beroep vreemdeling niet-ontvankelijk vanwege te late indiening — RVS:2024:1647

vreemdelingenbewaring / niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding

Eiser / verzoeker

de vreemdeling (appellant)

VS

Verweerder / gedaagde

staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift te laat was ingediend en de vreemdeling geen reden voor de termijnoverschrijding heeft aangevoerd.

  • Het hogerberoepschrift werd ingediend na het verstrijken van de termijn op 9 februari 2024.
  • De vreemdeling heeft geen redenen aangevoerd waarom de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn.
  • Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring.
  • Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Samenvatting

Een vreemdeling die op 20 januari 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in vreemdelingenbewaring was gesteld, probeerde via de rechter zijn vrijheid terug te krijgen. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, verklaarde zijn beroep op 2 februari 2024 ongegrond en wees ook zijn verzoek om schadevergoeding af.

De vreemdeling liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Daarbij liep hij echter stuk op een strikte procedurele drempel: de termijn voor het indienen van hoger beroep was al verstreken. Die termijn eindigde op 9 februari 2024, maar het hogerberoepschrift kwam pas later binnen bij de Raad van State.

In vreemdelingenzaken gelden korte, strakke termijnen. Wie die mist, kan in sommige gevallen alsnog vragen om verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding door uit te leggen waarom het hoger beroep toch in behandeling genomen zou moeten worden. De vreemdeling heeft van die mogelijkheid echter geen gebruik gemaakt en heeft dus geen reden aangevoerd voor de te late indiening.

De Raad van State zag daardoor geen andere mogelijkheid dan het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De zaak wordt dus inhoudelijk niet behandeld: de vraag of de bewaring rechtmatig was, komt niet meer aan bod. De vreemdeling krijgt ook geen proceskosten vergoed.

Betrokken advocaten

mr. J. van Bennekom

appellant

mr.J.van Bennekom, advocaat, AMSTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 april 2024

Zaaknummer

BRS.24.000063

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:RVS:2024:1647

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Afghaanse bewaker Kamp Holland krijgt geen overkomst naar Nederland
Raad van State·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak voorlopig niet uit te voeren
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Raad van State blokkeert overdracht asielgezin aan België
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister hoeft asieluitspraak niet uit te voeren tijdens hoger beroep
Raad van State·3 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht