ECLI:NL:RVS:2024:356, Raad van State, 31-01-2024, 202207479/1/V6 — RVS:2024:356
Samenvatting
Bij besluit van 30 april 2021 heeft de Raad van bestuur van het UWV een aanvraag van appellante om verlening van een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van [persoon], ingewilligd. Appellante heeft op 26 april 2021 een aanvraag ingediend voor een tewerkstellingsvergunning voor [persoon] met het oog op de opnames van een televisieprogramma waarin [persoon] als jurylid fungeert. [persoon] doet dit als zelfstandige op basis van een overeenkomst van opdracht. Appellante heeft de aanvraag ingediend op grond van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2014. Deze regeling staat ook wel bekend als de regeling ‘Kort verblijf kennismigranten’. De Raad van bestuur heeft de aanvraag ingewilligd, maar de twv verleend op grond van paragraaf 18 van Bijlage 1 bij de RuWav 2014. Deze regeling staat ook wel bekend als de regeling ‘Afwijking van verplichte vacaturemelding’. Volgens de Raad van bestuur kunnen zelfstandigen geen twv krijgen op grond van de regeling ‘Kort verblijf kennismigranten’. Volgens appellante is dit wel mogelijk.
Betrokken advocaten
mr. F.J.P.F. Klous
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:3087, Raad van State, 09-07-2025, 202107906/2/V6
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:15, Rechtbank Midden-Nederland, 06-01-2025, UTR 23/4217
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:58, Rechtbank Den Haag, 03-01-2025, AWB 24/5516
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2024:5389, Raad van State, 24-12-2024, 202305562/1/V6
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 januari 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202207479/1/V6
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:356