ECLI:NL:RVS:2024:4087, Raad van State, 09-10-2024, 202107715/1/A2 — RVS:2024:4087
Samenvatting
Bij twee afzonderlijke besluiten van 27 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellanten] ieder een bestuurlijke boete van € 18.000,00 opgelegd. [appellanten] zijn zwagers en gezamenlijk eigenaar van de woning aan [locatie] in Amsterdam. Naar aanleiding van meldingen over woonfraude en overlast is de woning onderzocht. Op 28 februari 2019 hebben toezichthouders de woning bezocht, waarbij zij twee personen hebben aangetroffen. Deze hebben beiden onder meer verklaard dat er zes personen in de woning wonen, dat ieder een eigen kamer heeft die op slot kan, dat de keuken, douche en toilet worden gedeeld en dat iedere bewoner een eigen huurcontract heeft met de eigenaren. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning zonder de benodigde vergunning van zelfstandige woonruimte is omgezet in zes onzelfstandige woonruimten. Dat is in strijd met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014.
Betrokken advocaten
mr. T.J. Cheung
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:7692, Rechtbank Amsterdam, 07-10-2025, 11801399 \ EA VERZ 25-809
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:4776, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-07-2025, 200.344.700/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:517, Raad van State, 12-02-2025, 202400730/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7579, Rechtbank Amsterdam, 09-12-2024, AMS 23/6501
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 oktober 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202107715/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4087