ECLI:NL:RVS:2024:4157, Raad van State, 16-10-2024, 202303852/1/A2 — RVS:2024:4157
Samenvatting
Bij besluit van 15 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is gediagnostiseerd met schizofrenie en is bekend met verslavingsproblematiek. Hiervoor is hij behandeld en ook is hij hiervoor opgenomen geweest. [appellant] is vanwege zijn medische problematiek in 2015 weer bij zijn ouders gaan wonen in Amsterdam. Vanwege zijn medische problematiek en de wrijving die hierdoor ontstaat met zijn ouders hebben de ouders van [appellant] aangegeven dat hij niet meer bij hen in huis kan wonen. [appellant] heeft daarom op 29 januari 2021 een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft de urgentieverklaring afgewezen op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, en het vierde lid, van de Huisvestingsverordening 2020 (hierna: de verordening). Volgens het college is niet gebleken van een urgent huisvestingsprobleem omdat [appellant] bij zijn ouders en op diverse andere plekken kan wonen.
Betrokken advocaten
mr. U. Tasdelen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6432, Raad van State, 31-12-2025, 202405939/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10415, Rechtbank Amsterdam, 19-12-2025, 25/223
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1773, Centrale Raad van Beroep, 03-12-2025, 23/3241 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5058, Raad van State, 22-10-2025, 202502286/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 oktober 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202303852/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4157