ECLI:NL:RVS:2024:4505, Raad van State, 06-11-2024, 202301117/1/A2 — RVS:2024:4505
Samenvatting
Bij uitspraak van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1599) heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 maart 2020 in zaak nr. 18/3796 ongegrond verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 21 juli 2021 onder 19.6 overwogen dat niet in geschil is dat de schade aan de woning van [verzoeker] is ontstaan in de periode voor 4 maart 2009. De onrechtmatige besluiten van 4 maart 2009 en 2 februari 2011 geven slechts aanleiding voor schadevergoeding voor zover na 4 maart 2009 een verergering van de schade is opgetreden. De Afdeling heeft in de uitspraak van 21 juli 2021 voorts geoordeeld dat [verzoeker] met de door hem overgelegde rapporten niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze besluiten tot verergering van de schade hebben geleid. Omdat niet is komen vast te staan dat de onrechtmatige besluiten van 4 maart 2009 en 2 februari 2011 tot schade hebben geleid, bestaat er geen grond voor vergoeding daarvan, aldus de Afdeling in de uitspraak van 21 juli 2021. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak herzien.
Betrokken advocaten
mr. E.E. Boone
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:648, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-03-2025, 200.330.056_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:543, Rechtbank Rotterdam, 15-01-2025, C/10/680846 / HA ZA 24-529
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:8742, Rechtbank Rotterdam, 04-09-2024, C/10/678400 / HA ZA 24-372
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7395, Rechtbank Rotterdam, 08-08-2024, C/10/682336 / KG ZA 24-682
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
6 november 2024
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
202301117/1/A2
Procedure
Herziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4505