Juristi.nl
ECLI:NL:RVS:2024:4594Bestuursrecht

ECLI:NL:RVS:2024:4594, Raad van State, 13-11-2024, 202401694/1/A3 — RVS:2024:4594

Samenvatting

Bij besluit van 12 december 2022 heeft de Nationale ombudsman vijf door [appellant] op grond van de Wet open overheid ingediende verzoeken om publieke informatie buiten behandeling gesteld en bepaald maximaal twee Woo-verzoeken van [appellant] per maand in behandeling te zullen nemen. De ombudsman heeft het besluit van 12 december 2022, zoals gehandhaafd bij het besluit van 9 maart 2023, en het besluit van 14 april 2023 gebaseerd op de antimisbruikbepaling van de Woo, artikel 4.6. Volgens de ombudsman maakt [appellant] misbruik van recht. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] met het aanwenden van de bevoegdheid om Woo-verzoeken in te dienen blijk heeft gegeven van kwade trouw en dat de ombudsman zijn Woo-verzoeken daarom terecht wegens misbruik van recht buiten behandeling heeft gesteld. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte tot dat oordeel is gekomen. Hij voert aan dat het niet aan hem is om in te gaan op het verwijt van misbruik van recht omdat het aan de ombudsman is om dit aannemelijk te maken. Dat heeft de ombudsman volgens [appellant] niet gedaan.

Betrokken advocaten

mr. C.H. Bangma

appellant

mr. C.H.M. van Altena

appellant

mr. L.L. Scheppink

appellant

mr. M. den Heyer

appellant

mr. K. Vaalburg

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken